Dingen die voorbijgaan

Vroeger – of nou ja, tot een jaar of twee geleden – kwam ik met enige regelmaat in het donkerbruinste café van de stad. Zo'n café dat een beetje eng is om voor het eerst te betreden, maar waar ze wel na een enkel bezoekje direct je naam weten en je een volgende keer persoonlijk begroeten. De perfecte plek om een schrijfavond te organiseren, vond ik. Het was er vaak rustig, er was geen WiFi en het gehele interieur zag eruit alsof de tijd er al tien jaar stilstond. Het café pretendeerde niet retro of vintage te zijn. Sterker nog: het café pretendeerde helemaal niets. Prettig, me dunkt.
Ik herinner me dat de uitbater matig enthousiast leek toen ik hem het plan voor de schrijfbijeenkomst voorlegde. Misschien kwam dat doordat ik voorafgaand aan de eerste editie om de haverklap moeilijke vragen kwam stellen. Bijvoorbeeld:
“Kunnen de mensen ook koffie krijgen? Eventueel.”
Achter de bar stond een stoffig apparaat waar mogelijk koffie uit zou kunnen komen. We keken ernaar en zwegen. Op het display brandden precies nul lampjes.
“O,” zei de uitbater. “Nee. Die is kapot.”
Soms is iets kapot en moet je dat gewoon accepteren.
De uitbater leek daar vrij goed in te zijn.
Zo kon het gebeuren dat ik de eerste schrijfavond mijn eigen koffiezetapparaat meenam naar het café, samen met een blik filterkoffie en een pakje B-merk koffiemelk. De uitbater stalde het apparaat en toebehoren zorgvuldig uit achter de bar. Starbucks was er niets bij.
Helaas gingen de mensen die avond massaal voor thee. Een tijdrovende klus: ik zag de uitbater glazen water in de magnetron zetten, één voor één, om ze daarna zorgvuldig samen met twee overjarige suikerklontjes en een zakje thee op een schoteltje te plaatsen. Die suikerklontjes kwamen natuurlijk allemaal weer terug bij het afruimen. Mensen van nu gebruiken geen suiker. Of, zoals de uitbater concludeerde: “Die suiker kan ik voortaan ook wel laten zitten.” De zaken gingen al een tijdje niet zo goed; iedere kostenbesparing was welkom.
Na een aantal edities van de schrijfclub raakte de uitbater meer op zijn gemak. Hij begon te praten, vooral tijdens het uurtje schrijven in stilte. Was hij niet aan het vertellen – opvallend opgewekt of juist heel boos – dan was hij wel heel hard aan het hoesten in het toilet. Bij ieder ander zou dat storend zijn geweest, maar de uitbater kwam ermee weg, puur op charisma. Bovendien zaten we welbeschouwd in zijn huiskamer.
De tijd denderde voort. Het verraderlijke van tijd is dat het ook voorbijgaat wanneer er helemaal niets gebeurt. Je kunt besluiten je koffiezetapparaat niet te laten repareren en de vergankelijkheid zo goed mogelijk te negeren, maar zo'n ding gaat gewoon dóór met stof verzamelen, ook al is het heel geleidelijk. Gelukkig hebben we het meestal niet door, maar op een gegeven moment haalt de tijd alles en iedereen in.
Iedere maand hoestte de uitbater vaker en harder.
Vlak voor de zoveelste editie van de schrijfclub kreeg ik een telefoontje van zijn enige werknemer. De uitbater lag in het ziekenhuis en het was onduidelijk hoe het nu verder moest met de zaak. Ik kreeg zijn kamernummer en beloofde een kaart te sturen. Op de envelop noteerde ik de voornaam van de uitbater aangevuld met – bij gebrek aan een achternaam – de naam van het café. De envelop zag eruit alsof 'ie bestemd was voor een stripfiguur uit de jaren '70 en of het schrijven ooit is aangekomen weet ik niet. In elk geval werd het café na verloop van tijd verkocht, verbouwd en heropend.
Het glimt nu wat meer en vermoedelijk is er ook koffie.
Zo zijn er constant dingen die voorbijgaan en dingen die beginnen. En als je het zo bekijkt is ieder leven – in the grand scheme of things – maar een minuscule schakel in een oneindige cyclus van beginnetjes en eindes. Een beetje zoals een treinstation altijd zowel een vertrekpunt als een eindbestemming is: sommige mensen stappen in, andere mensen stappen uit. Die gedachte is soms geruststellend en vaker heel erg beangstigend. Uiteindelijk zijn we ergens in het midden van de rit toch allemaal op zoek naar zingeving en validatie.
Lange tijd vroeg ik me af hoe het met de uitbater ging. Totdat ik hem kortgeleden opeens zag lopen, tergend langzaam en nog heel veel grijzer dan voorheen. Hij liep in de richting van een woonzorgcentrum in de buurt en leek al zijn concentratie nodig te hebben voor de wandeling, de blik strak gericht op de stoeptegels onder zijn voeten. De uitbater zag mij niet. Ik heb dat zo gelaten, maar eigenlijk had ik hem moeten zeggen dat de moeite niet voor niets is geweest; dat het niet ongezien voorbij is gegaan.


Zondag 21 Mei 2017 op 12:12  |  
  |    |  

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om spam te voorkomen, vragen we je deze simpele vraag te beantwoorden (schrijf het getal voluit):
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.