No filter

Het is muisstil in de psychologenpraktijk. Niet in de laatste plaats komt dat door de zachte, intens lelijke vloerbedekking die door het hele pand gedrapeerd is. Op zo'n ondergrond is iedereen lichtvoetig en hoor je niemand aankomen – het perfecte recept om je meermaal daags helemaal de tering te schrikken, lijkt me. Die arme psychologen zouden dit probleem gemakkelijk kunnen oplossen door voortaan uitsluitend ritselende trainingspakken te dragen, maar net wanneer ik de trainingspakkentip ('zie het als bedrijfskleding') wil delen, begint een van de vrouwen tegenover me opeens weer te praten. 
“Doe je aan sport?” vraagt ze.
“Alleen matig intensieve beweging,” zeg ik.
“... Hoé zeg je dat?”
“Matig intensieve beweging. Lopen, fietsen. Gewoon bewegen? Zolang het maar niet georganiseerd, in groepsverband of competitief is.”
Geamuseerd kijkt de wat jongere psychologe op van haar notitieblok.
Voor het eerst die dag heb ik het gevoel dat ik kan ademhalen.
Ik moet denken aan de dagelijkse triatlon naar mijn werk.
Sinds ik een kantoorbaan net buiten de stad heb, zien mijn ochtenden er ongeveer zo uit: wandelen met de hond, hond inruilen voor de fiets, zo snel mogelijk het centrum uit, lekker toeren door het buitengebied, met de fiets in de nek door een spoortunnel en ruim acht kilometer later neerploffen achter mijn bureau. Ik heb geen Dopper en ook geen hoge knot, maar ik maak wel af en toe een foto voor op Instagram. Op die momenten voel ik mij relatief jong en best urbaan. Zo kwam ik laatst een paar grazende schapen tegen die ik plichtmatig op de gevoelige plaat heb vastgelegd: dieren doen het altijd goed op sociale media. Het was geen bijzonder mooie dag, maar gelukkig heeft Instagram heel veel filters die je foto zonniger doen lijken dan eigenlijk het geval is. In Nederland geen overbodige luxe. De schapen gingen tropisch online.
Wat je uiteindelijk niét op de foto zag: de bouwput vlakbij de schapen, de donkere lucht boven mijn hoofd en het feit dat ik die ochtend voor de honderdtwintigste dag op rij wakker werd met frisse tegenzin en een beste steen op mijn maag. Ook heb ik in de beschrijving verzuimd te melden dat ik mijn ontbijt zonder enige aanleiding met hartkloppingen on the side nuttigde en daar soms wel om moet huilen. Die schapen waren, kortom, daadwerkelijk het hoogtepunt van mijn dag.
Een gefilterde versie van je leven laten zien aan De Ander: het is in principe niets nieuws onder de zon. In iedere interactie maak je onvermijdelijk keuzes. Het ene detail laat je weg, het andere aspect leg je juist onder een vergrootglas. Dat deed men vroeger in een telefoongesprek of brief ook al. Vandaag de dag is het op sociale media niet anders. Het enige verschil is dat we nu veel meer informatie over veel meer levens meekrijgen dan vroeger. Fan-tas-tisch leuke levens. Daardoor is onze notie van wat een mensenleven zou moeten zijn wellicht toch een beetje geworden zoals de Instagram-filters zelf: faaakking zonnig en niet reëel.
Om de boel wat in balans te brengen: met mij gaat het dus helemaal niet altijd zo goed. Mijn angstige, alles overanalyserende inborst veroorzaakt al een tijdje allerlei klachten die duiden op een depressie. Dat is niet leuk, maar dat wil niet zeggen dat je er geen grappen over mag maken. Gelukkig lijkt de discreet grinnikende (het kan!) psychologe tegenover mij dat ook te begrijpen.
“Ik vind het een heel mooie term,” zegt ze. “Matig Intensieve Beweging, ha!”
“Meestal kom ik heel erg bezweet aan en sta ik de eerste vijf minuten van de werkdag te drogen bij de ventilator,” doe ik er nog een schepje bovenop. “Mijn collega vroeg laatst of ik op de fiets ook een luchtbuks op mijn rug heb om onderweg wat meeuwen mee dood te schieten. Hahaha.”
Na het beantwoorden van nog eens tienduizend irritant confronterende vragen waarop ik lang niet altijd een grap kan verzinnen, krijg ik een week later twee folders voorgeschoteld: “Cognitieve Gedragstherapie” en “Assertiviteitstraining.” De psychologe moet opeens naar het toilet, zodat ik toevallig de folders rustig kan doorlezen. Tot mijn schrik ontdek ik dat beide trainingen in groepsverband plaatsvinden.
“Wat zeg je ervan?” vraagt de vrouw. Natuurlijk heb ik haar niet horen binnenkomen door die verdomde vloerbedekking. Het zweet breekt me uit.
“Dit is mijn ergste nachtmerrie,” antwoord ik.
Uit beleefdheid voeg ik een bescheten glimlach aan mijn opmerking toe, maar de angst prevaleert. De professional tegenover me lijkt het allemaal niets te deren. Mijn tegenzin mag er zijn, maar onder die training kom ik niet meer uit, zoveel is duidelijk.
“Loop je mee?” zegt ze. “Dan schrijven we je direct in.”
Eenmaal buiten voel ik me een beetje gek. Het gebouw waar ik de komende tijd naartoe moet is best wel lelijk en de situatie an sich ook. Geen filter kan daar wat aan veranderen, maar het zij zo. Soms zijn de filters gewoon even op, net als bij de koffie. Op die momenten is het vast zinvol de kale realiteit eens goed te bekijken en erin te porren tot het pijn doet. In de tussentijd stel ik me voor dat alle ongelukkige cursisten in trainingspak en op sloffen bij de training zullen verschijnen en mag ik daar graag een beetje om grinniken.


Zaterdag 15 Juli 2017 op 00:13  |   Geen reacties  |  
  |    |