De volgende stap

Ik zit op een verjaardagsfeestje vol zwangeren en jonge ouders en nip zwetend van mijn appelsap. Het is begonnen, schiet er door mijn hoofd. De hele tijd ben ik bang dat een van de peuters naar me toekomt, met die grijpgrage handjes en doordringende oogjes. “Het was gewoon tijd voor de volgende stap,” zegt de jongen naast me. We converseren over zijn verhuizing vanuit de hoofdstad naar een koophuis in een kleinere gemeente en de daarop volgende – welhaast onvermijdelijke – geboorte van het Eerste Kind. Het geluk straalt er vanaf.
Ik word daar altijd een beetje sip van.
Niet omdat ik die mensen hun geluk niet gun of hun levenswijze afkeur, maar omdat het me ergens toch het gevoel geeft dat er aan mij iets mankeert. Ik heb nog niet zoveel Stappen des Levens gezet en ben het eigenlijk ook niet van plan. Ik hoef niet zo nodig een koophuis, al helemaal niet als dat betekent dat ik dan (god verhoede) fulltime moet werken. Ook voel ik vooralsnog geen enkele behoefte om kinderen te baren. Het lukt me nauwelijks zelf de deur uit te komen zonder tandpasta of kipkerriesalade op mijn kleding en als mijn hond drie keer niest, ben ik al geneigd in paniek op Google in te typen: 'hond niest fataal???' Oók nog verantwoordelijk zijn voor een andere homo sapiens? Het lijkt me zenuwslopend. Als ouder-verzorger ben je bovendien nooit meer alleen: een nachtmerrie voor iedere einzelgänger. Je kunt een baby niet een paar uur achterlaten met een bak water en een kluif, schijnt. Ik vind dit een heel reëel bezwaar.
Maar hoe diplomatiek en doordacht ik mijn bezwaren ook breng, toch heb ik de afgelopen jaren al een aantal keer te horen gekregen: “Wacht maar, over een paar jaar gaan die eierstokken wel rammelen!” Voor iemand die weloverwogen tot de conclusie is gekomen dat het conventionele stappenplan voor hem of haar wellicht niet the way to go is, klinkt zo'n reactie ongeveer even absurd als: “Wil je al een everzwijn?! Wacht maar, over een paar jaar wil je wel een everzwijn.”
Het is niet alleen absurd, maar soms ook vervelend en belerend.
Toch denk ik wel te begrijpen waar het vandaan komt.
In de wetenschap wordt in verschillende disciplines de term horror vacui gebezigd, vrij vertaald uit het Latijn: 'de vrees voor de leegte'. Die term leent zich ook goed voor de manier waarop wij ons leven graag inrichten. Het ideaal is een 'vol' en 'rijk' bestaan, zowel qua bezit als qua relaties. Je moet stappen zetten, doorgroeien, opbouwen, uitbreiden. Leegte en stilstand zijn eigenlijk een beetje taboe. Een relatief lege agenda? Treurig. In zo'n samenleving voel je je al snel een sukkel als je tegen de dertig loopt en nog geen van de Grote Stappen Into Adulthood kunt afvinken: geen vastgoed, geen geregistreerde partner, geen topcarrière, geen kinderen. Alsof jij nog steeds aan het moonwalken bent in de vertrekhal des levens – de voeten aan de grond geplakt – terwijl de rest allang bovenaan het trappetje van het vliegtuig staat.
Zelf ben ik best wel eens bang dat mijn onwil om het geijkte pad te volgen onnodig dwars en mogelijk zelfs egoïstisch en lui is. Op die momenten probeer ik mezelf eraan te herinneren dat het ook in de vertrekhal bést hard werken is om het leven betekenis te geven. Sterker nog: lang niet iedereen is opgewassen tegen het vacuüm. Zonder de hectiek van een gezin of een carrière die al je tijd opslokt, zit je als moonwalker eerst en vooral met jezelf opgescheept. Er is geen bliksemafleider. Je hebt zeeën van tijd en je zult je vervelen. In het beste geval krijg je daardoor creatieve ideeën of voel je je een met de wereld. In andere gevallen kom je tot de conclusie dat het leven in de kern zinloos is. Toch moet je er wat van maken. Deal with it.
Ik denk dat het best goed is voor een mens om zich door dit soort episodes heen te worstelen. Het vacuüm is daarbij onmisbaar en verdient een herwaardering. Wie stil durft te staan zonder bagage, kan beter om zich heen kijken. Zo ontdek je zijsporen die je misschien niet was tegengekomen als je rechtstreeks de trap op was gelopen. Misschien wacht er ergens in het desolate landschap toch nog een everzwijn op je, of een hutje op de hei in Drenthe, of iets precies daar tussenin. En dat is allemaal prima. Zonder horror vacui kun je je in principe naar iedere situatie schikken; misschien wel de beste stap die een mens kan zetten.


Maandag 10 Oktober 2016 op 11:12  |   Eén reactie  |  
  |    |