Hotdogman

Met logge stappen komt de eenvoudige man de winkel binnen: morsige kleding, rode wangen, verweerd gezicht. Hij draagt geen klompen, maar het had goed gekund. In stilte kijkt hij naar de bakjes met vleeswaren, kazen en groenten die ik aan het bijvullen ben.
“Kan ik u ergens mee helpen?” vraag ik.
De man schudt zijn hoofd en zegt: “Je hebt toch niet wat ik wil.”
Apathisch staar ik naar mijn bakjes. Het zijn er heel veel.
“Waar zat u aan te denken dan? We hebben bijna alles.”
“Tss,” doet hij. “Dit heb je vast niet.”
Het klinkt alsof hij eraan gewend is om teleurgesteld te worden. Niet alleen wat betreft belegde broodjes, maar in alle facetten van zijn leven. Opeens voel ik de onbedwingbare behoefte het tij te keren. Met rollade, met kip, of desnoods salami.
“Dat zullen we nog wel eens zien,” bluf ik. Het komt er strijdvaardig uit, maar eigenlijk ben ik best bang dat de man daadwerkelijk iets onmogelijks bestelt. Bijvoorbeeld levende wormen, of een varken aan het spit. De man trekt zijn wenkbrauw op. Dan dropt hij de bom.
“Ik wil een hotdog. Een échte, U-S-of-A... hotdawg.”
Hij straalt terwijl hij de woorden uitspreekt.
Nu ben ik de lul, zoveel is duidelijk.
“Oei...” zeg ik. “Ik heb heel veel, maar geen hotdog.”
“Ha!” spuwt de man. “Zie je wel. Je hebt het niet."
“... Misschien een broodje warm vlees?”
Hotdogman negeert mijn suggestie. Hij schuifelt verder en neemt nu plaats tegenover mijn collega. Ik vraag me af of ik hem beledigd heb met mijn voorstel.
“Ik wil een hotdog,” zegt hij. “Zoals in de United States of America.”
“Poe,” zegt ze. “Bij de Hema?”
“Dat mag geen hotdog heten,” roep ik. “Geen U-S-of-A... hotdawg.”
Zonder ons nog een blik waardig te gunnen, sloft de man de winkel uit. Hij haalt zijn degelijke herenfiets van het slot. Een Batavus uit 1957, schat ik. Ik stel me voor hoe hij op die fiets helemaal uit Zwaagwesteinde is gekomen, in de hoop dat er in de grote stad Leeuwarden toch zeker wel een hotdog te krijgen zou zijn. Arme man! Geboren in het verkeerde lichaam – namelijk dat van een Friese boer, in plaats van een Texaanse ranchbezitter. Met heel mijn hart hoop ik dat Hotdogman vindt wat hij zoekt. Oppe fiets, misschien wel helemaal tot in de U-S-of-A.


Vrijdag 09 September 2016 op 08:52  |   Geen reacties  |  
  |    |  

Ongelijk

Het is druk in de trein. “Een hele volksverhuizing,” zoals een oudere man met een rond brilletje het noemt. We zitten in het halletje op heel kleine stoeltjes en de ruimte ruikt naar urine. Naast me zit een vrouw te lezen op een e-reader. Jaar of veertig, saaie bril, stevige wandelschoenen. Het lijkt me iemand die overal het meest degelijke en duurzame model van koopt. Aangezien ik zelf ooit ook een e-reader wil, besluit ik even op haar schermpje te gluren naar het merk en de beeldkwaliteit. Het is helemaal niet mijn bedoeling om mee te lezen, maar toch springen een aantal zinsneden onmiddellijk in het oog. Een kleine bloemlezing: “hij haalde zijn stijve pik tevoorschijn”, “gooide haar tegen de muur” en “ze vreeën op de keukentafel.”
In shock neem ik haar verschijning nogmaals in me op. Het contrast is overweldigend. Haar kleding is geheel beige en haar gezicht emotieloos, alsof ze een vogelgidsje aan het doorbladeren is, of de nieuwste folder van de Lidl. Niets verraadt dat ze en public dingen zit te lezen over stijve geslachtsdelen, maar als je zoiets dan eenmaal weet, is het verdomd moeilijk te unseen. Nonchalant probeer ik wat uit het raam te kijken. In de reflectie zie ik dat er een stompzinnige grijns op mijn gezicht gepleisterd zit.
Ik hoop dat het overgaat. Nog anderhalf uur en ik zit op een soort netwerkbijeenkomst met allemaal mensen die ik niet ken. Mensen die – net als ik – wel eens een schrijfavond organiseren. Ik vind dat spannend, maar dat is niets nieuws. Ik vind heel vaak dingen spannend, groot of klein. Daardoor wordt iedere gelegenheid een strijd. Ga ik wel? Ga ik niet? In godsnaam, hoe zeg ik af? Moet ik een reden noemen? Per mail of telefonisch? Maar dat is dan een smoes! Misschien moet ik gewoon gaan? Ik kan altijd nog weg. Achteraf is het vaak wel leuk. Zal ik zeggen dat mijn hond onwel is geworden?
Enzovoorts.
Het wikken en wegen kan zo een halve dag in beslag nemen.
Een paar uur voordat ik op de trein stapte, vertelde ik een boezemvriend nog over mijn steeds terugkerende verlangen om dit soort gelegenheden af te zeggen. “Luister naar je gevoel!” grapte hij. “Als ik naar mijn gevoel zou luisteren,” antwoordde ik, “dan zou ik nooit meer de deur uitkomen.” We lachten, maar eigenlijk was er geen grap. Ons 'ha-ha-ha' had net zo goed een noodlottig snikken kunnen zijn.
De trein komt op tijd aan en ik wandel naar het adres.
Het blijkt, uiteraard, het verkéérde adres te zijn.
Drie telefoontjes en een ellenlange wandeling later, merk ik dat de spanning eindelijk uit mijn lichaam verdwenen is. Ik ben inmiddels ruim drie kwartier te laat en dus is mijn eerste indruk reeds naar de tering. Dat lucht op! Vanaf nu kan het alleen nog maar beter kan worden. De bijeenkomst vindt plaats in een zogeheten flexwerkruimte voor – zo stel ik me voor – young urban professionals. Kordaat stap ik de geheel witte ruimte binnen. In het midden staat een grote tafel met daarop een luxe lunch. Het eten ziet er veel te goed uit en de andere genodigden ook. Het voelt een beetje alsof ik een Instagram-account ben binnengewandeld. Er is speltbrood en er zijn heel veel verantwoorde salades en shit. Ik doe een verwoede poging mijn haar in het gareel te krijgen. Door de wandeling in de brandende zon zit het als een vettig legokapsel op mijn voorhoofd geplakt.
“Mijn leven is zo moeilijk,” mompel ik. Daarna: “Hallo.”
Terwijl ik plaatsneem, denk ik alweer heel veel dingen: “Deze mensen zijn te perfect. Ze kunnen vast heel goed praten, hun kapsels zitten ook beter en hun schrijfavonden worden vast druk bezocht. Ze weten wat een pitch is, ze kunnen doorpakken, hun doelen zijn stippen aan de horizon en ze hebben geen verrekijker nodig om ze te zien. Mijn god, ze hebben daar waarschijnlijk een app voor. Dadels?!"
Het stemmetje in mijn achterhoofd is vrij hardnekkig. Ik denk aan de beige vrouw en hoe je er soms kilometers naast kunt zitten op basis van een eerste impressie. Achtentwintig jaar later weet ik ook best dat het allemaal vaak een kwestie van acclimatiseren is. Gewoon blijven zitten, dus. Niet te lang stilstaan bij die olijf die al drie keer van mijn vork gevallen is. Niemand denkt daar iets van. En jawel: uiteindelijk blijken deze perfecte mensen ook maar gewone stervelingen met hun eigen worstelingen en onzekerheden. Mensen die ook wel eens hun handen nodig hebben om een moeilijk stukje sla in hun mond te proppen.
Ik leer veel en stap uitgeput maar voldaan op de trein terug naar het Noorden. Daar gaat het verrassingsfestijn gewoon door. Bij het instappen passeer ik twee blitse Marokkaanse jongens, petjes op de hoofden en smartphones in de aanslag, nonchalant smakkend op heel veel kauwgum. Ze zien er – eerlijk is eerlijk – niet uit als de braafste jongens van de klas.
“Mam!" spuwt een van de jongens in zijn telefoon. "Wat eten we vanavond? Willen we weten.”
Er klinkt een schelle, belerende stem uit het apparaat.
Mem op de speaker, zoveel is duidelijk.

“Dat zien jullie vanzelf wel.”
“Wat dan? Wat gaan we eten? Zeg gewoon, ja?”
“Wees blij dat er eten is.”
“Wattan?! Mam! Zeg het.”
De verbinding wordt verbroken en de jongens zuchten. Om me heen hoor ik gegniffel. Ik weet dat alle mensen in de coupé hetzelfde denken: “Eigenlijk heel gewone tienerjongens.” Toch zullen we een volgende keer waarschijnlijk massaal in dezelfde valkuil trappen en een soortgelijk duo wederom met lichte argwaan bekijken. Daarvoor zijn we mensen: hardleers en hoe dan ook bevooroordeeld, onze predisposities en drang om alles en iedereen te categoriseren onontkoombaar. Zo weet ik ook dat ik voor een volgende bijeenkomst gewoon wéér nerveus zal zijn, alle eerdere ervaringen ten spijt. Waarschijnlijk leer ik het nooit. Misschien is blijven proberen dan het beste wat een mens kan doen. Voorbij de eerste indruk en (voor de mede-mietjes) dwars tegen het gevoel in. Het is de enige manier om zo nu en dan je fantastische ongelijk te halen.


Vrijdag 02 September 2016 op 09:14  |   Geen reacties  |  
  |    |