Fûgel

Sinds kort heb ik een vogel.
Hij ligt bij mijn achterdeur en is al een tijdje dood.
Mijn nieuwe huisdier heb ik te danken aan de kat van de bovenburen; ik aai het beestje vaak even over zijn kopje als ik mijn fiets in de tuin zet. Als blijk van waardering verschijnen er nu dus met enige regelmaat kadavers voor mijn achterdeur. Eerst waren het muisjes, daarna volgde de grand finale: een flinke kraai. Zijn lichaam was eerst nog fier en vol, maar al snel verscheen er een slijmerig laagje op de veren en leek alle massa uit het beest weg te sijpelen. Als een luchtbed dat langzaam leegloopt.
Het duurde niet lang voordat Operatie Dode Vogel mijn leven volledig beheerste. Iedere dag opnieuw nam ik me voor om de vogel op te ruimen. Mensen vroegen: “Heb je nog plannen voor de zomer?” Ik antwoordde: “Niet zoveel bijzonders: schrijven, en o ja, mijn dode vogel opruimen.”
De dode vogel maakte zijn opwachting op mijn to do-lijstjes en in mijn agenda. Ik spaarde alvast oud papier op dat zou kunnen dienen om de vogel op te pakken. Meermaal daags vroeg ik me af of je een kadaver eigenlijk gemakkelijk kunt opvegen met een stoffer en een blik. Ik bestudeerde mijn keukengerei en probeerde in te schatten of het dode beest tussen de haken van de barbecuetang zou passen.
Maar ja, daarna dan? Mag een dode vogel in de ondergrondse container? Ik zag mezelf al stuntelen met de milieupas in mijn ene hand en De Dood in mijn andere. De vogel zou ongetwijfeld op enig moment uit mijn handen vallen, de buurtkinderen zouden huilen. Misschien toch liever discreet in de groene bak? Een flinke laag vershoudfolie eromheen? Heel veel dingen blijven langer goed in vershoudfolie. Kipfilet, bijvoorbeeld, en dat is eigenlijk ook gewoon een dode vogel.
Ruim drie weken later zit ik aan mijn bureau, vlakbij het raam dat uitkijkt op de achtertuin. Ik tuur naar de klimop, het donkergroene gras en te midden van al dat moois – jawel – mijn onontkoombare dode vogel. Nog altijd op dezelfde plek. Het gaat nu best wel snel, zie ik: het lichaam wordt steeds platter en er lijken eigenlijk alleen nog botjes en veren over te zijn. Onwillekeurig moet ik denken aan de oude begraafplaats net buiten het centrum van de stad. Alle zerken staan er schots en scheef en de aarde rond de graven is onaangenaam zacht. Er zitten daar altijd extreem veel kraaien in de bomen en op het dak van de bijbehorende kapel.
Op die macabere plek heb ik wel eens een tennisbal gegooid en mijn hond erachteraan laten rennen, kriskras tussen de oude graven door. In eerste instantie voelde ik me een zondaar, een soort grafschenner, maar het was een mooie dag en door de ongetemperde blijdschap van mijn hond zag die hele begraafplaats er opeens een stuk gezelliger uit. Kunnen we de doden niet het beste eren door het leven welig te laten tieren, juist op plekken als begraafplaatsen? Waarom wordt het rijk van de doden überhaupt zo krampachtig van het leven gescheiden, terwijl die twee dingen toch onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn? Als ik dood was, zou ik best willen dat er mensen op mijn graf kwamen dansen.
Ik sta op en open de achterdeur om mijn dode vogel van dichtbij te bekijken. De vliegen hebben geen interesse meer in het kadaver. Sowieso ziet het beestje er veel minder eng uit dan ik me had voorgesteld. De zon breekt door terwijl de enige logische oplossing zich aandient: ik kan de vogel natuurlijk ook gewoon laten liggen en het zo teruggeven aan de aarde. Dat klinkt hartstikke holistisch en mooi en shit – bovendien hoef ik dan het kadaver helegaar niet aan te raken. Een win-win situatie. Heel lang kan het nu toch niet meer duren. Ashes to ashes, dust to dust, barbecuetang blijft barbecuetang voor barbecue.
Opgelucht plof ik neer op het gras, maar het groen onder mijn billen voelt hard en naar. “Shiiit,” mompel ik. Even vergeten: mijn hele achtertuin ligt vol met kunstgras, een leuk ideetje van een of andere krankzinnige vorige bewoner. Ik kijk nog eens naar mijn vogel. Mijn arme, dode vogel. Hij lijkt al een tijdje tot weinig in staat, laat staan dat het hem gaat lukken om tot stof weder te keren terwijl er een enorme lap synthetisch materiaal tussen hem en Moeder Aarde ligt. Vloekend loop ik naar binnen en open mijn to do-lijst. Operatie Dode Vogel duurt voort, zoveel is duidelijk, en morgen is de dag.
Morgen ruim ik mijn vogel op.


Vrijdag 29 Juli 2016 op 07:56  |   Geen reacties  |  
  |    |