Dageraad

Ik ben vroeg wakker op de eerste ochtend in mijn nieuwe huis. Het is een studio, waardoor mijn hond op een kleedje naast mijn bed moet slapen, in plaats van in een aparte ruimte. Tegen zeven uur besluit hij dat mijn mensenmand er veel lekkerder uitziet dan zijn eigen slaapplek. Stiekem komt hij steeds een stukje dichterbij, net zolang totdat zijn snuit mijn neus aanraakt. Ik ruik de tonijn waarop ik hem gisteravond getrakteerd heb; een soort brute tegenhanger van de Philips Wake-Up Light. Mijn hond geeuwt, rekt zich eens flink uit en begint te kwispelen. De dag is begonnen.
“Ha Yuk,” gaap ik. “Goedemorgen.”
Het is idyllisch wakker worden, maar de verhuisdozen die overal in de kamer staan, verraden dat er een veldslag aan de vrede vooraf is gegaan. Het zijn precies de dozen die ik drie jaar geleden inpakte om voor het eerst te gaan samenwonen. Verdomd goede kwaliteit; ik kon ze zo opnieuw gebruiken om weer terug te verhuizen naar een woning voor mij alleen. Tussen de kartonnen chaos scharrel ik een joggingbroek, een vest en een paar gympies op. Er is hier niemand om koffie mee te drinken. Ik denk aan de afgelopen weken, de storm en de stress, en voel me onmiddellijk rusteloos. Het fijne aan een hond is dan dat er altijd een legitieme reden is om naar buiten te gaan en je overvolle kop in de wind te rammen. Vandaag ga ik zo snel mogelijk.
"Kom sukkel," zeg ik terwijl ik me aankleed. "We gaan op avontuur."
Het park nabij mijn nieuwe huis is groter en mooier dan al het groen in mijn oude wijk bij elkaar. Er liggen schepen met daarop seniorenkoppels en puzzelboekjes. Achter de bomen zie ik een waterig zonnetje tevoorschijn komen. Misschien wordt het nog wel wat: deze dag, mijn nieuwe leven, de aftermath van de ravage die ik eigenhandig gecreëerd heb.
"GOEEEEIEMORGEN!" hoor ik ietsje verderop. Daarna: "Jij wandelt ook overal, hè!"
Met grote stappen komt een van de zwervers uit mijn oude buurt me tegemoet lopen. De steen op mijn maag voelt onmiddellijk iets minder zwaar. Ik ben nog steeds in dezelfde stad en er zijn – ondanks alles – nog heel veel dingen onveranderd gebleven. De zon? Hetzelfde. De straten? Hetzelfde. Alle muziek van Kane? Hetzelfde. Ik als persoon? In de kern hetzelfde. De man bukt om mijn hond te aaien. Ik hoor zijn knieën knakken. “Ja-haaa, jij kent mij wel!” zegt hij. “Jij kent mij wel, hè!” Hij krijgt een flinke lebber in zijn gezicht, maar het lijkt hem niets te deren.
"Ik ben verhuisd," mompel ik. "Vandaar."
“Ik heb óók een andere slaapplek,” zegt de man.
Soms vraag ik me af of de zwervers denken dat ik een van hen ben. Misschien moet ik toch eens mijn haar kammen alvorens op pad te gaan. Afwezig staar ik naar mijn hond en naar het water. Dan pas bedenk ik me dat het - hoe het ook zij - wel aardig is om iets terug te zeggen.
"Toevallig, zeg. Bevalt het?"
"Nee, nee. Kan niet slapen, joh. Slaap slecht."
"Altijd wennen. Nieuwe geluiden, nieuwe omgeving. Ik heb daar ook last va-"
"En wij maar denken dat wij de stad goed kennen!" valt de man me in de rede. Hij knikt naar mijn hond, die al minutenlang een heel bijzonder grassprietje besnuffelt. "Maar die honden, hè. Kijk dan! Die kennen elke hoek, elke spriet, elke straattegel. Is zo. IS ZO!"
"Weet ik," zeg ik.
Zonder afscheid te nemen loopt de man weer de andere kant op, terug naar waar hij vandaan kwam. Nog even draait hij zich om. Hij spreidt zijn armen en roept: "Maar ik vind kippen het leukst!" Op de valreep en voor alle duidelijkheid. Daar is iedereen natuurlijk het meeste bij gebaat.
"Helder!" lach ik.
Pas als mijn hoofd leeg is en mijn benen tintelen, keer ik terug naar mijn nieuwe huis. Daar zet ik het Meest Bemoedigende Liedje Ooit op en denk ik terug aan tien jaar eerder. Toen ging ik voor het eerst op mezelf wonen, nog maar net achttien en direct honderd kilometer van huis. Ik weet nog goed hoe ik me voelde nadat ik mijn ouders weg zag rijden: paniekerig, verloren en alleen. Precies tien jaar en vijf verhuizingen later ben ik rustig. Ik weet best dat ik dit kan. Knopen doorhakken, eerst aarzelend, vroeger of later geluk vinden, onbedaarlijk lachen, rust & orde, soms opeens toch struikelen, als versteend blijven liggen, de consequenties, o de consequenties, kwijtraken, opkrabbelen, terugkijken zonder wrok of spijt, wéér vergeten foto's te maken, tevreden zijn met alleen herinneringen, ondanks mijn angstige gestel toch zo nu en dan een sprongetje wagen.
Ik haal diep adem en open de eerste verhuisdoos. Bovenop liggen mijn propellerpet en een fucking uitklapbaar vorkje om mijn eigen rug mee te krabben. Alles komt goed, zoveel is duidelijk. Ondertussen vlijt mijn hond zich uitgeput neer tegen de achterkant van mijn enige stoel. Hij smakt een paar keer en draait zich met een zucht op zijn zij. Helemaal ontspannen en op zijn plek. Nu al.
Zachtjes kriebel ik hem over zijn kop.
"Lekker sliepe. De storm is nu voorbij."


Donderdag 16 Juni 2016 op 17:56  |   Eén reactie  |  
  |    |