Half om half

Ik wandel mijn straat in en opeens zie ik ze in mijn voortuin staan: drie onbekende mannen met zedige gelaatstrekken. Ze bestuderen het onkruid tussen de tegels, de hondenkwijlvlekken op mijn ramen en de dinosaurus die ik bij wijze van decoratie in de vensterbank van mijn woning heb neergezet. Wat ongemakkelijk sluit ik me bij de groep aan en trek mijn koptelefoon van mijn hoofd.
“Goedemorgen,” zeg ik. “... Welkom.”
Panisch probeer ik het geluid van mijn Ipod zachter te zetten, maar mijn vingers zijn te verkleumd. Uitgerekend nu draai ik de meest agressieve hiphop die ik ken. Hard ook. De raps spuwen uit de speakers, luid en duidelijk hoorbaar voor alle aanwezigen.
“U woont hier?” begint een van de mannen. Zijn glimlach doet pijn aan mijn ogen. “Wat fijn! Mogen we u wat vertellen over onze geloofsgemeenschap?”
I GOT SOME SHIT TO SAY – ” schalt er uit mijn koptelefoon, recht door zijn vraag heen “- JUST FOR THA FUCK OF IT. THEM THANGS, THEM THANGS! DON'T EVEN AAAASK ME. I GOT SOME SHIT SO SAAAAY – ”
Een andere zendeling kijkt naar mijn dinosaurus, en dan weer naar mij, en dan weer naar de dinosaurus. Hier valt veel te redden, hoor ik hem bijna denken.
“Of we geven u deze flyer? Dan kunt u het rustig eens lezen.”
De man duwt het papiertje onder mijn neus.
De Here Jezus in pasteltinten, best wel hip.
“Sorry, maar het is niets voor mij,” stamel ik. "Zonde van de inkt, het papier. Productiekosten! Ik zou ook willen dat het anders was.”
Dat meen ik. Mensen van de kerk zijn vaak heel aardig en ze hadden vroeger in mijn geboortedorp altijd de dikste auto's. Belangrijker: soms lijkt het me zo fijn om ook eens ergens heel erg van overtuigd te zijn. Een vaste basis om naar terug te keren, een allesoverheersend doel in het leven dat volledig in relatie staat tot iets ánders dan jezelf en al je aardse ambities. Ik als heiden moet het leven zelf maar een beetje uitvogelen. Als middelpunt van mijn eigen universum, ook nog. Zonder kaders en regeltjes, in principe zonder taboes en onmogelijkheden, maar ook zonder community om op terug te vallen en volstrekt misleidt door de illusie dat alles in het leven maakbaar en mogelijk is. Dat klinkt luxe, maar gaat in de praktijk dus meestal zo:
Ruim voor de wekker word ik wakker. Ik ben een vrij mens in de bloei van mijn leven en dus heb ik grootse – nee, epische – plannen. Dit is mijn kans, want nu is er tijd en alles is mogelijk. Ik wil schrijven! … Of wil ik liever lezen? Sowieso wil ik koffie. Ja, eerst maar koffie. Wacht, een bericht over een opleiding tot TIG-lasser met baangarantie. Ha-ha, wat als ik dat zou doen? (Nee, echt – wat?) Meer koffie. Focus! Man, ik wil slapen. Mag niet. Ik wil de dag meemaken, tot laat in de avond, maar niet als dat betekent dat ik het ochtendgloren moet missen. Nooit meer slapen? Nooit meer slapen. Is het niet tijd om weer eens te verhuizen naar een andere stad? Overal wonen mensen met levens. Shiiiiit, ik wil reizen. Alleen een beetje jammer dat ik tegelijkertijd het liefst thuis ben. Vanavond patat? Nee, ik wil ook nog naar de supermarkt. Kut, is het echt al 16:00 uur? In godsnaam, waarom is het opeens 16:00 uur?
Ik wil, kortom, vaak zoveel tegelijk dat er van alles precies niets terechtkomt. Zo nu en dan slaat de paniek toe en escaleert de boel volledig uit de pan. Dan denk ik ook nog:
"Ja hallo, ik ben ook maar de dochter van een timmerman en de kleindochter van aan de ene kant een boer en aan de andere kant een bouwvakker. Volstrekt buiten de lijn der verwachtingen vertoefde ik toevallig een paar jaar in een ivoren toren tussen de wetenschappers en de rich kids, om vervolgens met een goudkleurig (#truestory) masterdiploma op zak bij de bakker te gaan werken. Ben ik dan een dubbeltje of een kwartje? Beide? Een doener of een denker? Beide. Een pretbek of een verbeten cynicus? Ja, ik denk beide. Half om half. Als een bak gehakt. Of een centaur." Tegen 23:00 uur ben ik op een slechte dag volledig uitgeput en teleurgesteld; wat bereiken een bak gehakt en een centaur nou helemaal in het leven?
“U kunt het beter aan iemand anders geven,” zeg ik.
“ – 'BOUT TO GET KAMIKAZE, FUCK A NAZI!” schreeuwt de rapper door mijn koptelefoon. Ik vermoed dat het mijn boodschap redelijk wat kracht bijzet; de mannen in mijn voortuin dringen niet langer aan en schuifelen in een keurige rij mijn tuin uit. Nog altijd glimlachen ze vriendelijk. Drie zonnestraaltjes op een koude dag in maart.
“Misschien tot een andere keer,” roept er nog eentje.
“Mogelijk!” antwoord ik.
Een antwoord dat altijd accuraat is, want hé: in een stuurloos leven is tenminste alles mogelijk totdat het onmogelijk blijkt te zijn. Dat is vermoeiend, maar ook hoopgevend. Dat is een vloek, maar ook een zegen. Amen?! Amen.


Donderdag 17 Maart 2016 op 07:29  |   Eén reactie  |  
  |    |  

The Matrix

“Koffie?”
Eigenlijk heb ik het schoteltje al klaarstaan en stroomt het zwarte goud reeds uit het apparaat. De man met het hondje hoort zo'n beetje bij het meubilair van de bakkerij. Iedere middag komt hij langs voor een bakje leut met melk en absurd veel zoetjes. Terwijl ik het drinken serveer, snuffelt zijn hond nieuwsgierig aan mijn schort. Kruimels en banketbakkersroom. Ik aai hem kort over zijn kopje.
“Wilt u er iets lekkers bij? Een krentenbol? Of een tosti?”
Een krentenbol it is.
“Ook een dikke laag boter erop?”
“GEEN BOTER!” schreeuwt de man. Het is zijn lijfspreuk, kort daarop gevolgd door een hartstochtelijk: “Ga ik van kotsen!”
Ik leg de krentenbol op een bordje. Meneer mompelt: “Nou, er is nooit meer wat op tv, hè. Niks aan. Daarom heb ik net maar een dvd gekocht. Die heb ik hier, kijk..”
Grinnikend staat hij op en wijst naar zijn buik. Goed opgeborgen onder zijn trui zie ik de contouren van een dvd-hoes. De hoekjes prikken venijnig door de kermende stof heen.
The Matrix! Die hew ik 'kocht.”
Ik giechel. Het is niet te stoppen.
Een paar dagen later zie ik meneer opnieuw.
“Nou!” roep ik. “Wat vond u van The Matrix?”
“Tja, niet zo realistisch, hè.”
Het koffiezetapparaat knerpt en sputtert.
Ik ben het er ook niet helemaal mee eens, eigenlijk.
“Maar – dat is juist de vraag die de film opwerpt, toch? Is onze realiteit wel de realiteit?”
Terwijl ik de zoveelste kale krentenbol op een bordje leg, moet ik denken aan de grot van Plato, een beroemde allegorie van de Griekse filosoof. In de allegorie zit een groepje mensen vastgeketend in een grote, donkere grot. Ze zitten met hun rug naar de opening, waardoor ze enkel de stenen achterwand kunnen zien. Achter hen brandt een vuur en voltrekt zich het echte leven: vrije mensen wandelen voorbij met allerlei voorwerpen op hun hoofd, zoals houten figuren van mensen en dieren. De gevangenen aanschouwen dit alles via het schaduwspel op de achterwand en via de echo's die door de grot schallen. Dat is hun enige werkelijkheid. Als ze zich zouden omdraaien om het leven rechtstreeks waar te nemen, in plaats van via schaduwen en echo's, dan zouden ze de nieuwe realiteit helemaal niet begrijpen. Het zou alles wat ze wisten ter discussie stellen en de meesten zouden zich snel weer omdraaien. Mensen worden nu eenmaal liever bevestigd in hun bestaande overtuigingen. Daarom zijn rituelen zo geruststellend en is lome voorspelbaarheid zo comfortabel.
“Geen boter!” schalt er door de winkel. “Dan ga ik kotsen!”
“Meent u dat?” grap ik. “En weet u het héél zeker?”

- - -
Dit stukkie werd eerder gepubliceerd in Asteriks Magazine #14.


Woensdag 02 Maart 2016 op 13:01  |   Geen reacties  |  
  |    |