Analysis paralysis

Ik ben iemand die graag tienmiljard jaar nadenkt alvorens tot actie over te gaan. Dat is soms handig en soms ook helemaal niet, bijvoorbeeld als je probeert een auto te besturen. Zo kon het gebeuren dat ik laatst – na een rijles gericht op kijktechniek – absurd lang als een soort bevroren Nijntje uit het zijraam zat te turen in de geparkeerde lesauto, wachtend op het goede moment om uit te stappen. Kijken, wachten, weer kijken, wachten. Kijken. Wachten. Net zolang totdat mijn instructeur om de auto heen liep en mijn portier opende.
“Je mag er nu wel uitkomen, hoor.”
“O ja, haha. Ik zag nog wat... weggebruikers...”
Als het aan mij had gelegen, was ik in de auto blijven zitten totdat het gehele wegdek (en bij voorkeur ook het luchtruim) leeg was en had ik dan pas mijn deur geopend. Helaas betekent dat in de praktijk dat ik zo'n beetje tot het einde der tijden in die lesauto zou moeten zitten en daar een langzame en eenzame dood zou sterven, wachtend op dat ene perfecte moment. Zo werkt het niet in het verkeer. Ook niet in het leven, trouwens. Dingen gaan nu eenmaal zelden perfect en daarom moet je jouw handelen voortdurend aanpassen aan steeds veranderende, niet-optimale situaties. Je moet goed kijken, kansen herkennen, als een eindbaas beslissen en dan – o, de horror – ook nog onmiddellijk handelen. Anders is het moment alweer gevlogen.
Voor notoire twijfelaars is dat moeilijk.
Buurmannen en ooms met dikke bee-em-weees mogen het allemaal anders beweren.
Maar: voor sommige mensen is het gewoon moeilijk.
Oké?!
Bij het benaderen van een drukke verkeerssituatie wil ik diep van binnen het liefst de auto stilzetten, een reflecterend hesje aantrekken, het wegdek afzetten met rode linten, een plattegrond uittekenen met daarop alle verkeersdeelnemers en hun mogelijke vervolgroutes, mijn theorieboek erbij pakken, notities maken, naar huis lopen, een bakje koffie zetten en dan aan mijn bureau een plan van aanpak maken om dat kruispunt eens op de meest correcte en veilige manier over te steken. Maar helaas: bij terugkomst zou mijn auto weggesleept dan wel geramd zijn en de situatie alweer totaal anders in elkaar steken. Ik zou nooit ergens geraken.
Het is heel onhandig om zo te leven.
Het is ook helemaal niet leuk.
Onlangs ben ik te weten gekomen dat dit mankement een naam heeft en nou ja, een label is altijd troostrijk: analysis paralysis. Dat is niet alleen een verdomd goede naam voor een stonerband, het is ook, nu komt het: “het zodanig over-analyseren van een situatie dat het daadwerkelijk nemen van een beslissing of het uitvoeren van een actie er nooit van komt.” Eigenlijk is analyse-verlamming heel stom, want negen van de tien keer is een niet-perfecte beslissing altijd nog beter dan helemaal geen beslissing. Anders gezegd: op heel veel momenten in het leven kun je prima doorkarren – ook al ben je niet zeker van de route – en gaandeweg de koers bijstellen. Je bent in ieder geval onderweg. Dat brengt je altijd verder dan de auto überhaupt niet starten omdat er misschien verderop drie beren op de weg staan die mogelijk hand in hand aan het tapdansen zijn en dan kan jij er in dat zeer specifieke geval, eventueel en in de toekomst, niet langs.
Sinds ik zo nu en dan dus een auto bestuur, ben ik genoodzaakt te accepteren dat ik niet altijd alle mogelijke toekomstscenario's tegen elkaar kan afwegen en dan toch (God hebbe mijn ziel) een beslissing moet nemen. Plotseling het stuur loslaten om eens lekker te gaan nadenken is in de auto vrijwel altijd de minst goede optie, dus ik zal wel moeten. Het enige wat ik kan doen is erop vertrouwen dat ik die potentiële beren op de weg heus wel op tijd zie. Mochten ze dan ook nog eens tapdansen, dan kan ik altijd nog omrijden.
No problem.
Met die bevrijdende gedachte in het achterhoofd, reed ik laatst zwetend als een otter over een stel lege parkeervakken terwijl ik helemaal niet zeker wist of dat wel mocht. Het was zeer a-typisch en best wel badass. Ik reed zo traag als een platgetrapte slak en er was geen mens op straat. Met een stalen gezicht liet ik de auto over de strepen en vakken heen rollen.
“Mag ik hier eigenlijk wel rijden? Zomaar over die vakken?”
Ik probeerde nonchalant te klinken.
“Ja hoor. Weet je wanneer je daar niet moet rijden?”
Tot zover de nonchalance.
“Ehm, ehm... Nee?!11!?!! :O”
“Als er auto's staan. Hahahaha.”
Daarna kreeg ik een schoolkrijtje van Venco, mijn favoriet. Het was het meest euforische dropje dat ik ooit at. Ik verorberde het terwijl ik de auto bestuurde – dat kan gewoon tegelijk – en dacht op dat moment niets anders dan: “FUCK YEH IK BESTUUR EEN AUTO EN EET EEN DROPJE ZONDER ER TIENMILJARD JAAR ALLEEN MAAR OVER NA TE DENKEN. IK... DOE... DINGGEEEN!”
Wat een opluchting te weten dat het soms zo simpel kan zijn;
mijn rijlessen zijn nu al meer dan de moeite waard.


Dinsdag 10 November 2015 op 07:26  |   Eén reactie  |  
  |    |