Natte sokken

Tijdens mijn wandelingen door de buurt zie ik regelmatig een vader en zoon samen folders bezorgen. De vader draagt de volgeladen tas op zijn fiets, de zoon heeft een stapeltje drukwerk in zijn handen en zoeft op zijn skateboard langs de deuren. Een idyllisch tafereel dat me tot voor kort altijd deed terugdenken aan vroeger. Als veertienjarige had ik zelf ook een krantenwijk. Mijn vader haalde het te verspreiden materiaal op en mijn moeder vouwde alles netjes in elkaar. Ik hoefde de boel enkel nog te bezorgen, maar mocht wel de gehele opbrengst houden. De koek was toen nog lang niet op. De koek was zelfs best wel vaak gebak met slagroom.
Deze warme herinnering werd bruut verstoord toen ik de vader en de zoon laatst eens samen in de supermarkt zag. De sfeer zat er duidelijk niet echt in. De jongen pakte, waarschijnlijk tegen beter weten in, een zak snoep uit het schap en keek smekend naar zijn vader.
“Nee,” zei de man. Van dichtbij zag hij eruit alsof hij al jaren niet meer goed geslapen had. De jongen legde het snoepgoed mokkend terug. Nu pakte hij een pak koekjes. Simpele koekjes, geen luxe.
“Hoe vaak moet ik het nog zeggen? Nee.”
Chocola?
Nee.
Kauwgom?
Nee. Nee, nee, nee.
Wat de jongen ook aanwees, de vader zei 'nee' en stopte enkel de hoogst noodzakelijke dingen in zijn mandje. Toen pas realiseerde ik me: misschien helpt de vader zijn zoon niet gezellig met zijn eerste baantje, zoals bij mij vroeger het geval was, maar is het tegenwoordig andersom. Misschien is die verrekte krantenwijk de bijverdienste van de vader en kan hij zo nog net de eindjes aan elkaar knopen. Of erger: misschien is het helemaal geen bijverdienste, maar de voornaamste verdienste. Of nog erger: misschien is het een of andere tegenprestatie voor het ontvangen van een uitkering. Je weet het niet. Het zijn gekke tijden.
Ik heb wel eens gehoord dat in de jaren '90 iedereen en z'n gekke oom een baan kon krijgen. Hoe anders is dat nu? Ik kan me geen journaal meer voorstellen zonder crisis-dit-en-recessie-dat. Stiekem heb ik al lang de indruk dit geen tijdelijke toestand is, maar de nieuwe status quo. Helaas zijn we daar qua gedachtegoed nog niet helemaal op toegerust. Robots nemen ons steeds meer werk uit handen – bedankt Robin, te gek – maar toch blijft het idee bestaan dat we vooral allemaal veertig uur per week arbeid moeten verrichten om recht te hebben op een fatsoenlijk inkomen. Maakt niet uit wat, hoe en met welk maatschappelijk nut; als het maar geld in het laatje brengt. Dit hardnekkige idee leidt tot allerlei vreemde situaties. Zo worden er inmiddels ergens in de Ardennen groepjes werklozen omgeschoold tot – jawel – helderzienden, want daar schijn je tenminste nog een aardig zakcentje mee te kunnen verdienen. Logisch, ook: de beginnende paranormaal begaafden zullen ongetwijfeld hun handen vol hebben aan het geruststellen van bange mensen met allerlei prangende vragen: “Hoe kan ik in de toekomst in godsnaam nog een inkomen bij elkaar sprokkelen? Waarom zeggen ontaarde figuren als VNO-NCW voorzitter Hans de Boer dat hele volksstammen heus wel de kost kunnen verdienen met asperges steken? In welke zon? Drie asperges per persoon? U mad, Hans?”
Terechte en belangrijke vragen. Want helaas: Nederland kent weinig zonuren en zorgwekkender, ook steeds minder volledige en betaalde werkplekken. Dat is eigenlijk fantastisch, want in potentie geeft het ons meer tijd om konijnen te aaien en te scrabbelen met bejaarden. Het ding is alleen dat we het resterende werk dan wel even wat beter moeten verdelen en zogeheten 'verliezers op de arbeidsmarkt' niet langer in dat soort onaangename en polariserende termen moeten omschrijven. Het overgrote deel van deze open groep (ook jij kunt er zomaar bij horen! <3) zou het namelijk zelf ook graag anders zien. Sterker nog: heel veel mensen doen nu al allerlei zinvolle dingen zonder daarvoor betaald te worden. Dat kan gewoon. Tegelijkertijd moet ieder mens ergens van eten, wonen en leven. Geef ze knaken. Deal with it.
Vanzelfsprekend regende het pijpenstelen toen ik de vader en de zoon onlangs weer langs de deuren zag hobbelen. Ze waren doorweekt, net als ik, maar liepen stug door. Alle bezorgers en hondenbaasjes weten dat het geen enkele zin heeft je te verzetten tegen het weer, daarvoor is het te veranderlijk. Met ideeën werkt het gelukkig net zo, hetzij op langere termijn. Ze veranderen niet met de seizoenen, maar wel met de noodzaak. Vaak pas als we nat zijn tot op onze sokken. Ik wandelde nog iets verder, negeerde de regen nog iets harder en besloot: laat die dikke plensbui maar komen. We zijn er meer dan klaar voor.


Donderdag 16 Juli 2015 op 15:10  |   Geen reacties  |  
  |    |