Oog van Sauron

Op een extreem druilerige dag storm ik de wachtruimte van de opticien binnen. Natgeregend en op de valreep, dat is mijn stijl. De andere wachtenden zijn overwegend grijs, net als het weer, en de troosteloosheid der dingen speelt de sfeer binnen duidelijk parten. Met name de reeds bebrilde man naast mij is zichtbaar (dat is bijzonder in deze context) geagiteerd. Met een beschuldigend vingertje houdt hij de eerste de beste medewerker die voorbij komt wandelen staande en wijst naar een willekeurige reclameposter.
“Ja, jij! Zie je die poster? Kan ik niet lezen! En ik heb wel die bril op de kop, hè. Hoe kan dat nou?”
De medewerker haalt zijn schouders op.
“Tja, dat weet ik zomaar niet. Dat moeten we eerst testen.”
De man gnuift miskend. Dan besluit hij zijn vragenvuur op mij te richten.
“En jij dan! Kan jij het lezen?”
Als een gek tuur ik naar de poster.
“Ehm, nee. Niet echt. Daarom ben ik hier.”
“Ja, maar jij hebt ook geen bril. Ik wel. En toch kan ik het niet lezen.”
Ik schud mijn hoofd.
“O, ik heb zeker wel een bril – IN MIJN TAS HAHA!”
De man kijkt alsof hij teleurgesteld is in heel de mensheid en mogelijk alle andere levensvormen in het ganse universum. Ik besluit af te zien van de drumroll die ik nog voor hem in petto had. Eigenlijk is mijn opmerking sowieso niet echt een grap. Al jaren heb ik een bril – in theorie – maar ik kan onmogelijk aan het ding wennen. Daardoor zwalk ik grotendeels turend door het leven en kom ik regelmatig onbedoeld met light producten uit de supermarkt thuis. Te vaak ga ik af op kleur en vorm en niet op de kleine lettertjes. Het is vreselijk. Light cassis is best vies. Light cassis is de reden dat ik contactlenzen wil proberen.
“Dan weet je maar even hoe erg het is,” snikt de man. "Dat ik die poster dus niet kan lezen."
Ik voel me schuldig, daar ben ik goed in, en doe alsof ik een folder lees. Godzijdank word ik vrij snel na het bril-in-tas-incident meegenomen voor een vooronderzoek. Via een apparaat kijkt een wildvreemde man mij diep in de ogen. Mijn god, misschien kijkt hij wel in mijn ziel. Het is best intimiderend. Daarna moet ik naar een kamertje achteraf, waar een vrouw met een strenge bril al op mij zit te wachten.
“Jij hebt een bril, maar je kunt er niet aan wennen. Correct? Nou, dat kan ik ook wel verklaren als ik die cijfers van jou zo zie. Jij voelt je met die bril op je hoofd constant alsof je twee flessen wijn achterover hebt geslagen. Heb ik gelijk?”
Ze heeft gelijk.
“Ja, zo voelt het eigenlijk we-”
“Zie je wel eens dubbel?”
“Ehm.. alleen als ik daadwerkelijk twee flessen wijn achterover heb geslagen?”
“Grapjas.”
De vrouw houdt de vaart er goed in.
“Rijd je auto?”
“Nog niet.”
“Ik zou het niet doen ook. Lees dat bovenste rijtje eens op.”
Op de overliggende muur verschijnt een eindeloze reeks letters, cijfers en balkjes. In een razend tempo beantwoord ik de vragen, waaronder een keer of twintig exact dezelfde. Kennelijk zijn mijn antwoorden zeer tegenstrijdig. Ik begin ondertussen te vrezen dat ik misschien niet te weinig, maar juist teveel zie. Andere dimensies en aura's, dat soort dingen.
“Ik zal proberen het simpel uit te leggen,” zucht de opticien wanneer de test eindelijk klaar is. “Jouw linkeroog is zeer dominant. Eigenlijk doet hij in zijn eentje al het werk. Dat is al heel lang zo, waardoor je ogen niet meer goed samenwerken zodra jij een bril opzet. Je linkeroog is niet gewend dat je rechteroog ook meedoet. Hij accepteert dat gewoonweg niet.”
Ik moet het allemaal even laten bezinken. Daarna probeer ik het verhaal nog eens kort en bondig voor mezelf samen te vatten, maar ik kan nog maar aan een ding denken: Mordor.
“Dus mijn linkeroog is een soort... boosaardig Oog van Sauron? Wow.”
De vrouw kijkt geconcentreerd naar haar computer en klikt erop los.
“Je lenzen zijn volgende week klaar. Ik zal je wat oefeningen meegeven die ervoor zorgen dat je de lenzen straks gemakkelijker in kunt doen.”
Met een instructieblad waarop staat dat ik de komende week een aantal keer mijn vinger in mijn oog moet steken en er uiteindelijk zo'n beetje in moet roeren, keer ik huiswaarts. Verward en nog altijd wazig. Eenmaal daar probeer ik de situatie zo nuchter mogelijk te bekijken.
“Nou, wat mankeert eraan?” vraagt mijn compagnon.
“O gewoon,” zeg ik. “Ik zie de wereld vanuit een links perspectief. Maar dat wisten we allang."


Dinsdag 26 Mei 2015 op 09:09  |   Geen reacties  |  
  |    |