Phone home (3)

Ik haat bellen, behalve wanneer het naar mijn ouderlijk huis is. Bellen met mijn ouders is op sommige momenten vergelijkbaar met het luisteren naar een ouderwets gezellige aflevering van Buurman & Buurman. Zelfs op werkdagen, want mijn ouders zijn wat betreft arbeidstijden nog van de oude stempel. Tussen de middag zijn ze allebei een uurtje thuis om pauze te houden. Samen.
"Hallo deerne!" schreeuwt mijn moeder.
"Hallo moeder," antwoord ik.
"Mmjoee," hoor ik ergens op de achtergrond.
Het is mijn vader, zonder enige twijfel kauwend op een stuk brood en nippend van een beker lauwe melk. Al zolang ik me kan herinneren brengt hij zijn middagpauze thuis door, in plaats van op het werk. Stipt om twaalf uur komt hij aangefietst vanaf de jachthaven, alwaar hij boomstammen verandert in zeiljachten. Dat doet hij al veertig jaar. Al ongeveer even lang dekt mijn moeder rond het middaguur de tafel en eten ze samen boterhammen met kaas of jam. Nog geen uur later moet mijn vader alweer terug om de arbeid te hervatten. Hij neemt dan een flesje limonade en een appel mee. Mijn moeder zwaait hem precies twee keer uit: eerst vanachter het keukenraam – als hij het tuinpad af fietst – en daarna nog een keer voor het grote raam, vlak voordat hij de hoek om gaat. Zo is het altijd gegaan. Het uurtje tussen de middag is heilig. Omdat ik weet hoe snel de tijd voorbij vliegt, besluit ik direct terzake te komen.
"Een vraag hè. Kunnen we binnenkort de hond een weekend bij jullie brengen?"
Onmiddellijk wordt de verbinding verbroken.
"Hallo?" probeer ik nog. Tuuuut-tuuuut-tuuuut.
Enigszins verbouwereerd bel ik terug. Zo'n rare vraag was het nou ook weer niet.
"Ja, hallo!" klinkt er weer de andere kant van de lijn.
Zit me gewoon een beetje te trollen, die moeder van me.
"Mooi is dat. Wat denk je: 'Dat kind moet wat van me, ik hang snel op?!'"
"Hahaha. Nee, ging per ongeluk."
Op de achtergrond hoor ik gemompel. Het brood is nog niet op, zoveel is duidelijk.
"Maar we willen wel oppassen, hoor. Tuurlijk. Wij weten ons wel raad met die hond."
Een onheilspellend antwoord, eigenlijk. Een beetje alsof ze mijn trouwe viervoeter aan het spit zullen roosteren en opeten, maar afijn. Ik besluit er niet over te vallen en vraag hoe het verder gaat. Mijn moeder heeft pas te horen gekregen dat ze geslaagd is voor haar opleiding. Het is daar vast een groot feest.
"Nou! Je vader heeft de vlag uitgehangen met mijn tas eraan. Schaam me kapot, man. Ze zullen wel denken: 'Die twee hebben toch helemaal geen schoolgaande kinderen meer?!' Het waait ook heel hard, bij jullie ook? Zonde eigenlijk. Was een dure tas. Wordt nu zeiknat."
Even is het stil. Dan hoor ik haar grinniken.
"Je vader probeert nu de container op te halen, maar dat heb ik al gedaan."
Ik stel me voor hoe mijn moeder gemeen lachend voor het raam staat, haar mobiel zo stevig tegen haar oor gedrukt dat ze ieder moment opnieuw onbedoeld met haar hoofd de verbinding kan verbreken. Mijn arme vader hoofdschuddend op de stoep, gebarend dat de vuilniscontainer verdwenen is.
"Cor! Cor! Ik heb 'm al. Co-hor! Hij staat al achter!"
Haar stemvolume neemt gestaag toe. Angstig beweeg ik de telefoon een stukje van mijn oor.
Dan gaat het live-verslag verder.
"O, daar komt de postbode ook aan." 
Met 'de postbode' bedoelt ze eigenlijk mijn broer, haar zoon. Mijn broer neemt zo'n beetje de volledige papieren informatievoorziening van het dorp voor zijn rekening. Hij is een van de weinige PostNL-medewerkers die, daar moet ik mijn moeder gelijk in geven, nog met recht 'postbode' genoemd kan worden in plaats van 'postbezorger'. Iedereen is op hem gesteld. Op koude dagen vragen goede christenen hem binnen voor een kop koffie. Kinderen en katten volgen hem op zijn route. Op sommige voordeuren hangt er rond de jaarwisseling een envelopje met zijn naam erop en een fooi erin. Zo'n postbode.
Ik kijk op de klok en weet dat het gesprek er bijna op zit. Nog een kleine tien minuten, dan trekt mijn vader zijn jas aan en stopt hij het flesje limonade en de appel in zijn zak. “Ga nog maar even met die kale kletsen," beveel ik mijn moeder. “Het is alweer bijna zo laat.”
We nemen afscheid. Ik kijk uit het raam.
Bijna wil ik zwaaien, precies twee keer.


Maandag 02 Februari 2015 op 16:01  |   Geen reacties  |  
  |    |