Master of Sandwiches

“Ga je wel eens uit?”
Aan de andere kant van de toonbank zit een jongen aan een tafeltje te wachten op zijn bestelling. Blitse kleding, stoere blik. Begin twintig, vermoed ik. Met enige regelmatig serveer ik hem een belegd broodje en een hamkaascroissant. Vandaag begint hij opeens te praten. Dat gebeurt wel vaker, maar doorgaans voeren twee gespreksonderwerpen toch de boventoon hier in de bakkerij: brood en het weer. Niet eerder raakte ik verzeild in een diepte-interview tijdens het bereiden van een broodje beenham.
“Ja hoor,” antwoord ik. “Wel eens.”
Ik snijd een witte pistolet open en leg er twee dikke plakken ham op.
“Van wat voor muziek houd je? Rock?”
“Joah. Onder andere. Niet alle rock.”
Tijd voor de honingmosterdsaus. Beetje leuk verdelen over het vlees. Hoppa.
“Jij lijkt me wel een meisje dat van rock houdt,” besluit de jongen. Hij besluit er ook bij te lachen. Ik niet. Ik focus me uitsluitend op de grand finale der belegde broodjes: de ijsbergsla. Dat verrekte groenvoer blijft nooit liggen. Snel het kapje er bovenop.
Correct,” zeg ik. “O kijk, een broodje! Anders nog iets?”
In een kroeg zou ik precies op dit moment een spastische dansbeweging maken, mompelen dat ik naar de verjaardag van de hond van de buren moet en er dan snel vandoor gaan. Vandaag niet. In ruil voor wat cijfers op mijn bankrekening blijf ik staan waar ik sta, net zolang totdat de winkel gaat sluiten. Als de jongen zou willen, zou hij me nog een uur of vier ongegeneerd kunnen aanstaren. Het is een rare wereld.
Hij neemt het broodje aan en begint gulzig te eten. Het handige aan mijn werk is dat de klant vroeg of laat onvermijdelijk de mond vol heeft met brood of banket; de meeste gesprekjes komen daarmee als vanzelf tot een einde, zonder ongemakkelijkheden of abrupte wendingen. Dit keer loopt het anders. Net wanneer ik verder wil gaan met mijn schoonmaakwerk, klinkt er opnieuw een vraag vanaf de andere kant van de toonbank.
“Lekker broodje. Studeer je nog?”
“Nope, ik ben al afgestudeerd.”
“Detailhandel, of zo?”
Tijd om de bom te droppen.
“Geschiedenis. Hahaha.”
De bekende Verwarde Blik. Ik krijg 'm wel vaker wanneer ik op feesten en partijen mijn glorieuze loopbaan vol U-bochten uit de doeken doe. Mijn gast kijkt alsof hij zojuist te horen heeft gekregen dat water kan branden, de paus eigenlijk een gekostumeerde Labrador Retriever is en Hans Kraay Junior de volgende minister president van Nederland zal worden.
“De lerarenopleiding?”
“Nee, gewoon. Aan de universiteit. Logischerwijs ben ik nu master of sandwiches.”
Een lach, een hap. Goed kauwen. Daarna het besef.
“Maar – hoe oud ben je dan?”
“Oud! Ouder dan jij denkt. Denk ik.”
Het broodje beenham is verdwenen. Snel verder met het hamkaascroissantje.
“Maar serieus. Hoe oud?”
“Achtendertig,” zeg ik. Daarna: “Ha! Nee.”
De verwarring wordt te groot. Het croissantje is ook al bijna op.
“Ik kom wel weer eens een broodje eten. Dan praten we verder.”
De mededeling houdt het midden tussen een uitnodiging en een dreigement. Ik vind dat knap. Alvorens het pand te verlaten, verzamelt mijn interviewer alle afwas van de tafeltjes en geeft de boel aan over de toonbank.
“Doei rockster,” grijnst hij. “Werk ze.”
“Dag jongen,” mompel ik. Ik voel me bejaard.
Enkele seconden later zwiept de winkeldeur weer open, een oudere dame met een canvas boodschappentas schuifelt naar binnen. “Wat een weer,” kirt ze. Een opmerking die alles kan beteken en daardoor dus eigenlijk helemaal niets betekent – behalve dat we ontegenzeggelijk teruggekeerd zijn naar de orde van de dag. Ze bestelt een rol beschuit en een pakje roggebrood. Ik vraag haar: “Anders nog?”
Ze antwoordt: “Anders niets.”


Vrijdag 23 Januari 2015 op 00:28  |   Geen reacties  |  
  |    |