Alto

In mijn favoriete kringloopwinkel snuffel ik wat rond op de kledingafdeling. Normaal gesproken vind ik dat rustgevend, maar vandaag voel ik me bekeken. Al een tijdje word ik in de gaten gehouden door een medewerker. Een beetje zoals in een gewone kledingwinkel, god verhoede. Nonchalant komt hij steeds iets dichterbij. De jongen moet ongeveer van mijn leeftijd zijn en draagt een rode trui. Wanneer hij nog maar een paar stappen van me verwijderd is, schraapt hij zijn keel.
“Er hangt hier nog ergens een Spongebob t-shirt,” zegt hij.
Dat is het. Geen begroeting, geen 'kan ik u helpen?' Nee. Alleen de compleet willekeurige mededeling dat er ergens in de winkel een Spongebob t-shirt aanwezig is. Het klinkt als codetaal. Perplex kijk ik om me heen, onzeker of de opmerking voor mij bedoeld is.
“Eh.. oké,” mompel ik.
De jongen gebaart dat ik hem moet volgen. Hij kijkt zo serieus dat ik niet durf te weigeren. Een paar rekken verderop haalt hij kordaat een bruin t-shirt uit een rek. Op de borst staat – inderdaad – Spongebob Squarepants afgebeeld. Verwachtingsvol kijkt de jongen me aan. Ik knik meewarig. Eigenlijk schieten woorden tekort.
“O, eh, wauw.. En toen je mij zag, dacht je: 'Dat is nou echt een t-shirt voor haar?'”
“Tja. Omdat je alto bent, enzo.”
Alto. Onmiddellijk word ik tien jaar teruggeworpen in de tijd, toen ik puber was en al mijn kleedgeld opspaarde voor een echte Overzeas-broek. De periode waarin ik dacht dat kort, paars haar aantrekkelijk was. Dát was alto. Een tenenkrommende fase uit mijn leven waar ik godzijdank overheen gegroeid ben.
“Ik was zelf tien jaar geleden ook alto – vandaar,” voegt de jongen eraan toe.
Hij werpt een blik op mijn t-shirt en kijkt er een beetje moeilijk bij. Dan pas valt het kwartje. Uitgerekend vandaag heb ik mijn enige kledingstuk met opdruk en felle kleuren uit de kast getrokken: rood, geel, Lenin Cat. Dat moet de verwarring veroorzaakt hebben. Opeens voelt het alsof ik mezelf moet verdedigen. Lenin Cat is iets heel anders dan die stomme kutspons Squarepants, vind ik. Eén Lenin Cat t-shirt maakt nog geen alto.
“Aha. Nou, weet je, ik draag dit soort dingen eigenlijk bijna nooit mee-”
Halverwege mijn betoog besef ik me dat publiekelijk een discussie starten over mijn al dan niet alto-zijn me eigenlijk de eer te na is. We zijn geen vijftien meer. Niet echt. Wanhopig besluit ik de schuld maar aan Spongebob an sich te geven.
“Ik bedoel, bedankt voor de tip. Maar ik ben niet per se.. fan van Spongebob.”
De jongen lijkt nu gepikeerd. Zijn toon slaat om.
“Je hoeft er ook geen fan van te zijn. Juist niet,” sist hij. “Als je alto bent draag je zo'n shirt meer vanuit een soort.. misplaatst gevoel voor humor.”
Zijn doeltreffendheid verbaast me. Uitgemaakt voor de levende exponent van een gedateerde tienercultuur – eentje met een misplaatst gevoel voor humor, nog wel – in slechts een paar zinnen. Dit gesprek moet eindigen, en snel ook.
“Het is toch niet helemaal mijn ding,” besluit ik. “Sorry.”
Teleurgesteld hangt de jongen het Spongebob-shirt terug in het rek. Hij druipt af naar de kinderafdeling, alwaar ik hem uit het niets tegen een oudere mevrouw hoor beweren dat 'de meeste baby's natuurlijk in de winter gemaakt worden' en dat er daarom in de zomer meer vraag is naar tweedehands kinderkleding. Zwaar onder de indruk van zoveel expertise verlaat ik het pand. Het is duidelijk. In de kringloopwinkel werken de echte salestijgers; van alle markten thuis.


Dinsdag 20 Mei 2014 op 11:51  |   Geen reacties  |  
  |    |