Koninginnedag in de Russische supermarkt

Koninginnedag is voor mij, net als voor de rest van Nederland, een heel bijzondere dag. Een dag die vooral in het teken staat van gesloten supermarkten, het onvermogen daarop te anticiperen en – als resultaat – een zoektocht naar voedsel op plekken die het daglicht niet kunnen verdragen. Dit jaar was het weer raak.
Nadat ik thuis een tijdje had gekeken naar koning Willie met een hoogpolig tapijt op zijn rug en de verrassend dictatoriale blik van prinses Amalia, besloot ik maar eens naar buiten te gaan. Wandelen en hopelijk iets te drinken en te eten kopen. Per toeval kwam ik langs een kleine supermarkt die wél geopend was. “Grand opening!” stond er zelfs op het raam. Feest. Precies wat ik nodig had.
Helaas herkende ik, eenmaal binnen, maar weinig van de producten in de schappen. Het assortiment bestond grotendeels uit dingen op sterk water, keiharde snoepjes, alcoholische dranken en onthoofde vissen. Volgens de verpakkingen had ik te maken met Russische specialiteiten. Nou ja, prima. Ik identificeerde een blik maiskolfjes en een pak vruchtensap en begaf me naar de kassa.
Achter een gehavende toonbank stond een gedrongen Russische dame. Ze was gekleed in een oranje t-shirt en een bijpassende boa. Ik als recalcitrante Nederlander kon daar nog een puntje aan zuigen.
“Eindelijk! Mensch die wil eten!” schreeuwde ze. Het klonk vrij agressief. Ze keek er ook boos bij. “Ik alleen alcohol verkoop vandaag! HAHAHA!”
Ik lachte mee, uit angst.
Daarna gaf ik haar het bedrag dat ik moest betalen. Gepast. De vrouw staarde er wezenloos naar en begon toen – hoofdschuddend en tergend langzaam – op de kassa te rammen. Tegelijkertijd trok ze een plastic tasje onder de toonbank vandaan.
“O, ik hoef geen tasje,” zei ik.
Alsnog drukte ze het tasje in mijn handen.
“Maar.. ik heb mijn eigen tas. Echt.”
De Russin negeerde me. Ze keek nog steeds zuchtend naar haar kassa, en toen naar mijn geld, en daarna weer naar de kassa. Even leek het alsof ze de munten eindelijk in de lade ging stoppen, maar in plaats daarvan gooide ze alles op de grond.
Terwijl ze bukte om het geld op te rapen, haalde ik het waanzinnige idee in mijn hoofd dat ik de boodschappen wel vast in mijn tas kon stoppen. Maar dat zag ze.
“NEE!” krijste ze. “WACHTEN!”
Wiebelend kwam ze achter de toonbank vandaan. Ik was bang dat ze me zou gaan slaan, maar in plaats daarvan liep ze naar een schap achterin de winkel. Ze kwam terug met een mand vol chipszakjes. Op elk zakje stond, om redenen die ik verder niet wil weten, een bloederige lap vlees afgebeeld.
“Ik ga uitdelen,” verklaarde ze.
Het was duidelijk dat ik als klant over die beslissing verder niets te zeggen had. Met een Russisch horror-chipszakje in mijn handen verliet ik de winkel, onderwijl bedankjes mompelend die waarschijnlijk toch niet aankwamen.
Eenmaal thuis vond ik onderin mijn tas de winkelbon.
WE ARE LOOKING FORWARD TO YOUR NEXT VISIT!!!” stond erop.
Ik hoorde het de Russische dame al schreeuwen. Ik keek er ook naar uit. Volgend jaar, op onze eerste Koningsdag, zal ik terugkeren.


Dinsdag 30 April 2013 op 23:24  |   Geen reacties  |  
  |    |  

Golden retrievers voor het ganse volk

“Aaaah! Heeee, schatje!” kirde het meisje tegenover mij in de trein.
De hele reis had ze chagrijnig gekeken. Nu, echter, glansden haar ogen bijna net zo angstaanjagend als haar moddervette lipgloss-lippen.
Ik keek opzij en constateerde dat er plotseling een gladde jongen naast onze vierzit stond. In zijn handen had hij een luxe tasje van de cosmeticawinkel Rituals. Hij gaf het meisje een zoen en ging daarna op mijn tas zitten.
“O sorry, mag ik hier zitten?” vroeg hij – met terugwerkende kracht, of zo.
Ik trok mijn spullen onder zijn reet vandaan en veinsde een glimlach. Om de twee tortelduifjes de schijn van privacy te geven, zette ik mijn koptelefoon op mijn hoofd. Met het volume uit, zodat ik alsnog het hele gesprek af kon luisteren. Zo doortrapt ben ik wel.
“Hiiiiiiee, voor mij?!” giechelde het meisje. In het cadeautasje zat een roze pakket met geurende shit: bodylotion en parfum enzo. “Zoooo lief!”
Daarna gingen ze bekken.
“Met je nieuwe bloesje!” zei zij.
“Die jíj hebt uitgezocht!” knipoogde hij.
Terwijl ik wat opborrelende kots wegslikte, moest ik denken aan Mark Rutte die zijn volk afgelopen week alsmaar aanspoorde om toch vooral te blijven consumeren. Deze twee leken in elk geval goed hun best te doen.
En dat verbaasde me, eigenlijk. Tot dan toe was ik er namelijk van overtuigd geweest dat onze minister-president de band met het volk nu toch echt volledig verloren had. Op het journaal hoorde ik hem steeds zeggen: “Néém die nieuwe auto, gá voor die nieuw woning!” En dan schreeuwde ik verontwaardigd naar de televisie: “Ja hallo Mark, een nieuwe trui is voor heel veel mensen nu ook al best een grote aankoop!”
Dat is helemaal niet zielig bedoeld. Integendeel: deze crisis is wat mij betreft een prachtige reality check. Komen we er tenminste weer even achter wat een mens echt nodig heeft - en vooral: welke luxe troep we best kunnen missen. Dat zal Rutte niet leuk vinden, want zodra de mensen anders over welvaart gaan denken, wordt de economie natuurlijk nooit meer ‘aangejaagd’.
Is dat erg? Ik denk het niet. Laatst las ik het een en ander over econoom Tim Jackson, die stelt dat het in de rijke naties maar eens gebeurd moet zijn met economische groei. Werd ik blij van. Want als we nog iets van onze veredelde apenheul willen overhouden, dan moeten die gekke politici echt eens ophouden met krijsen over auto’s, herstel en groei. In plaats daarvan zou de discussie moeten gaan over heel andere dingen, namelijk verduurzaming van de productie en herverdeling van werk.
Immers: we hebben al meer dan genoeg vernuftige producten. Alles wat ons hartje begeert. Nu rest ons niets anders dan serieus nadenken over hoe we die pareltjes zo duurzaam mogelijk kunnen produceren. Duurzame innovatie is zinvolle innovatie. “Het scherm van de nieuwe Iphone is 1 millimeter breder!” is dat niet.
Verduurzamen is nog een beste klus, dus dat levert vast werkgelegenheid op. Nog steeds niet genoeg om iedereen voltijds bezig te houden, maar waarom zouden we dat eigenlijk nog willen? Als we het noodzakelijke werk eerlijk herverdelen, dan houdt iedereen genoeg tijd over om zijn hond te aaien. Dat is ook wat waard.
Ik dacht aan grijnzende golden retrievers voor het ganse volk toen mijn trein eindelijk aankwam op Utrecht Centraal. De jongen met het bloesje en het meisje met het Rituals-tasje stapten uit. Ik ook, als een idealistische eikel vol utopische ideeën over de toekomst.
Ze zeggen dat dromen mag, maar dat is helemaal niet waar. Dromen moet, zo gek mogelijk en ongehinderd door heilige huisjes en verankerde begrippen als economische-blablabla-groei.
Het is de enige manier om verder te komen.


Maandag 22 April 2013 op 15:01  |   Geen reacties  |  
  |    |  

Teenage Mutant Boyband Fans

Eerder gepubliceerd in Asteriks Magazine #4, doei.
---
Onlangs was er tijdens De Wereld Draait Door iets geks aan de hand: ik meende tussen de items door steeds een gedempt gegil te horen, alsof er in de studio iemand ongegeneerd een potje Rollercoaster Tycoon met wel heel brute achtbanen zat te spelen. Pas later bleek wat de werkelijke oorzaak was: achter een gebarricadeerde deur in de studio werd een kudde hysterische tienermeisjes in bedwang gehouden. Zoals dat gaat.
De meisjes waren gekomen omdat de Nederlandse boyband Mainstreet die avond een optreden zou verzorgen. Mainstreet bestaat uit vier jochies van veertien jaar oud die allemaal denken dat ze Justin Bieber zijn. In hun liedjes wisselen ze daarom feilloos af tussen slijmerig Nederlands en om-van-te-huilen-Engels.
Na een kort interview met de band werden de tienermeisjes losgelaten uit de stal. Krijsend als speenvarkens omcirkelden ze de jongens, ondertussen maniakaal grijnzend vanachter hun blokjesbeugels. Ik kon het niet helpen me af te vragen wat er zou gebeuren als die arme, iele jochies deze meiden ooit in een verlaten steeg zouden tegenkomen.
Het optreden begon.
“Oh je bent zo mooi / It's hard to believe / Ja m'n hart klopt sneller / when you look at me,” lispelden de jongens.
“OMYGODAAAHHEIIEEEEHHHHHHHH!” deden de meisjes.
Het hele gebeuren fascineerde me mateloos. Kokhalzend verrichte ik na de uitzending nader onderzoek.
Ik kwam erachter dat echte Mainstreet-fans zichzelf 'mainiacs' noemen, wat getuigt van verrassend veel zelfinzicht. De mainiacs leven in een harde wereld. Niemand komt aan hun band. Zo schrijft de pittige Kimberley bijvoorbeeld op YouTube: “Stan39 je bent zelf een homo zeg niks over mainstreet anders maak ik je dood”.
Ook constateerde ik onder de mainiacs een zekere taalverloedering. Hun Nederlands is doorspekt van Engelse woorden, net zoals dat bij de liedjes van Mainstreet het geval is. Neem nou Dewi, zij schrijft: “I love mainstreet! I can never sonder mainstreet, hun zijn me hele leven <3”.
Gaandeweg werd ik er een beetje bang van. Of, in Mainstreet-taal: this is not so beautiful, kinderen van Nederland! Hopen dat die jongens van Mainstreet binnenkort een fikse baard in de keel krijgen, zodat het snel weer gedaan is met deze madness.


Maandag 15 April 2013 op 18:15  |   Eén reactie  |  
  |    |  

Supervlooi

In de entreehal van het pand rook het naar een exotisch mengsel van frikadellen en gevulde koeken. Ik had mijn bestemming bereikt, zoveel was zeker. Nu was het wachten in de rij voor de Supervlooi, een reusachtige rommelmarkt op Tweede Paasdag in het prachtige Friesland.
Het was een compleet gebrek aan zowel eieren als familieverplichtingen dat mij deed besluiten om – bij wijze van compensatie – naar zoiets ultiem Paasigs als een markt te gaan. Maar terwijl ik steeds dieper wegzakte in een treuzelende en overwegend zwaarlijvige mensenmassa, begon ik toch even te twijfelen of ik er wel goed aan had gedaan om hierheen te komen.
Ien-tweintich foar ién gevulde koeke,” zei de vrouw achter me in de rij. Ze zei het zelfs vier keer. Ze was bovendien al minutenlang flink aan het bumperkleven, waardoor ik haar adem in mijn nek voelde terwijl ze brieste: “Nét normaal, noh!
Opeens wist ik het weer. Braderieën en markten van vroeger, in mijn geboortedorp. Hoe tergend langzaam zo'n stoet mensen zichzelf langs de kraampjes en kleedjes beweegt. Dat ze dan opeens en masse om negen uur 's ochtends al snacks uit de frituur eten. De henna-tatoeages en de springkussens, de 'Indianen' met armbandjes en panfluitmuziek op cassettebandjes. Eindelijk de mogelijkheid je t-shirt te laten bedrukken met een tekst als 'Born Wild' of een foto van je hond. Vrouwen achter kinderwagens die menen overal en altijd voorrang te hebben.
Maargoed, er was nu geen weg meer terug. Ik kocht een kaartje en betrad de zaal.
Het bleken er drie te zijn. Drie zalen vol kleedjes met spullen die ik waarschijnlijk niet nodig zou hebben, maar wel allemaal ging bekijken – struikelend over kleine kinderen, scootmobielen en enge popjes.
Goed, het duurde dus wel even voor ik de juiste mindset bereikte en niet meer de behoefte voelde om alle duwende mensen neer te knuppelen met hun eigen heuptas. Pas toen ik eenmaal het concept 'persoonlijke ruimte' volledig losgelaten had en me erbij neergelegd had dat schuifelen het nieuwe slenteren was, voelde de markt op een of andere perverse manier toch een beetje als thuiskomen.
Bij een lieve oma kocht ik een boek met tekeningen van vossen en wilde zwijnen. Ze stopte het in een van de plastic tasjes die ze speciaal voor deze dag had opgespaard, en hing dat tasje vervolgens zorgvuldig aan mijn pols. Ze hield mijn hand nog vast terwijl ze zei: “Veel plezier ermee, meid.”
Vanachter de meeste kleedjes werd gelachen en gekletst, geschreeuwd en gezwaaid. Sommige mensen gaven een deel van hun spulletjes gratis weg.
Ik denk dat je het saamhorigheid noemt. Contact met je stadsgenoten, soms leuk en soms vreselijk irritant, maar wel met echte gezichten in plaats van profielfoto's en 'hartelijk dank' in plaats van 'vind-ik-leuk.'
Ik kan het heus nog wel. Ik was alleen even vergeten dat ik het miste.


Woensdag 03 April 2013 op 17:29  |   Eén reactie  |  
  |    |