Obligate kerststukjes

Op de basisschool kreeg ik rond deze tijd eens een blok steekschuim, enkele dennentakken, wat kerstballen en een kaars op mijn bureautje geworpen. Kerststukjes maken. Want dat was gezellig.
        Het grote kerststukjes-festijn werd gepresenteerd als een creatieve activiteit, maar in de praktijk was er niet veel ruimte voor experiment. Die kaars hoort nou eenmaal in het midden, mensen. En de takjes in een kringetje er omheen. Drie rode ballen aan de linkerkant? Dan ook drie rode ballen aan de rechterkant. Alles zo symmetrisch mogelijk, want dat is wel het mooist.
        Vroeger nam ik dat soort dingen gewoon aan. Ik was een braaf en laf kind. Pas nu begrijp ik dat het maken van zo'n perfect uitgebalanceerd kerststukje eigenlijk gewoon een vlucht is. Een welkome vlucht uit een complexe en vaak willekeurige wereld.
        Kijk, als maker van een kerststukje heb je volledige controle over de uitkomst. Je kan zo'n blokje steekschuim, een zompig rijk waarover alleen jij de baas bent, perfect ordenen en systematiseren. Alles netjes, overzichtelijk en in balans. Precies zoals dat in de echte wereld eigenlijk nooit het geval is.
        Maar de tragiek gaat nog verder. Toen wij als schoolklas eenmaal een hele rits uniforme, symmetrische kerststukjes geproduceerd hadden, was het tijd voor het tweede onderdeel van het program: de stukjes aanbieden aan willekeurige bejaarden in het verzorgingstehuis vlakbij de school.
        Dat vond ik minder leuk. Ik kreeg de sikkeneurige bejaarde. Eentje die geen snoepje uitdeelde. Destijds vond ik dat best wel gek en zelfs een beetje ondankbaar. Maar nu ik me eens serieus in zo'n oudere verplaats, begrijp ik het eigenlijk wel.
        Moet je je voorstellen: daar zit je dan, oud en alleen, met eenzame kerstdagen in het vooruitzicht. Misschien zijn je eigen kinderen en kleinkinderen al maanden niet op bezoek geweest. En nu vindt de samenleving je kennelijk ook al zó zielig dat ze maar een willekeurig schoolkind met een kerststukje op je afsturen. Om het er nog even in te wrijven, lijkt wel.
        'Andere mensen krijgen een hele kerst. Jij krijgt alleen een stukje,' zeiden onze obligate kerststukjes. En daar mag je dan ruim twee weken tegenaan kijken. Prettig, die kerstdagen.
         Als ik ooit nog een kerststukje bouw, dan bouw ik schots en scheef. Kerstballen door elkaar, kaarsen aan de zijkant. 'Levendig,' hoor ik de mensen al twijfelend zeggen. Dan pas zal ik trots zijn.


Donderdag 20 December 2012 op 17:11  |   Geen reacties  |  
  |    |  

Alleen is niet zielig

Drie jaar lang heb ik zo goed als alleen gewoond. Ik had een complete bovenverdieping voor mijzelf en slechts één huisgenoot, die ik zelden sprak. “Dat is ook niet gezellig,” zei mijn moeder wel eens wanneer bleek dat ik de hele dag nog geen mens gesproken had. “Jij zit ook veel alleen, hè” zei mijn oma soms wanneer ze hoorde dat ik zelfs mijn geliefde dat weekend niet zou zien.
         Goedbedoelde zorgen, maar ik vond die opmerkingen altijd maar vreemd. Het vooruitzicht een dag of drie helemaal alleen te zijn zorgde bij mij slechts voor grote vreugde en kilo's energie. Zoveel mogelijkheden! Zeeën van tijd om boodschappen te doen, wat rond te wandelen, naar een bijzonder lelijke kat te kijken op straat, muziek te luisteren, een verhaal te schrijven of domweg op een bank te zitten en voor me uit te staren.
         Ik heb mezelf in die jaren aardig leren kennen. Veel alleen zijn was daarvoor cruciaal. Bovendien heb ik mijn beste ideeën te danken aan intens saaie, lege dagen waarop mijn enige vorm van menselijke interactie het afrekenen van een tros bananen in de supermarkt was. Nog steeds werkt mijn brein op die manier het beste.
         Jammer genoeg is alleen zijn een beetje taboe. Het wordt al snel geassocieerd met 'zielig', 'eenzaam' of 'saai'. Ik heb dan ook lange tijd gedacht dat er iets ernstig mis met mij was. Van alleen zijn kreeg ik energie; van gezellig op schoolkamp met een heleboel andere kinderen werd ik bij voorbaat al doodmoe. Gelukkig weet ik nu dat dat niets raars is en dat ik geen schurft in mijn hersenen heb of zoiets. Het duidt simpelweg op een meer introvert karakter.
         Nog zoiets. Wat is het verschil tussen extravert en introvert? Verrassing, met verlegenheid of uitbundigheid heeft het niet zoveel te maken. Niemand is helemaal het één of helemaal het ander. Het verschil zit 'm simpelweg in de manier waarop een persoon zichzelf recharged: een introvert haalt energie en inspiratie voornamelijk uit alleen zijn, terwijl een extravert vaker op zijn best functioneert in gezelschap.
         Het lullige is nu dat onze samenleving voornamelijk lijkt te zijn ingericht op extraverte persoonlijkheden. Schoolopdrachten moeten in groepjes worden uitgevoerd, brainstormen is je-van-het, netwerken onontkoombaar en eeuwigdurende communicatie via alle mogelijke kanalen een must.
         Ik vind dat oneerlijk. Ik kan helemaal niet beter nadenken in groepsverband, tijdens een brainstorm of een debat. Integendeel: ik produceer dan alleen nog maar nerveuze en onnavolgbare brainfarts. Als ik effectief wil werken moet juist iedereen weg – of realistischer: ik moet weg van iedereen. Ik wil ongegeneerd in een hoekje kunnen stinken, staren, aan mijn kop krabben en in mezelf mompelen.
         Dan kom ik later, na voldoende tijd in mijn kluizenaarshol, heus wel weer gezellig en sociaal doen. Beloofd.


Dinsdag 04 December 2012 op 19:56  |   Drie reacties  |  
  |    |