De curieuze lotgevallen van Adrie Mooiweer
























Illustratie door Puikeprent Illustration & Printmaking

I. Het is als met de regen
Adrie Mooiweer en zijn hond Oeljanov waren die ochtend extra vroeg op pad gegaan. Het was altijd een flink eind lopen, van de caravan naar het dichtstbijzijnde dorp. Een tocht door dichtbegroeide bossen en over verlaten landweggetjes. De bladeren op de grond waren nog een beetje bevroren en knisperden vrolijk onder de stevige tred van hond en baas.
“Vroeger,” mompelde Adrie, “toen werd dus alleen je arm gefilmd. Je arm en het weerkaartje!”
Oeljanov liet een korte maar begripvolle blaf horen.
Elke dag, al zolang hij zich kon herinneren, vertelde zijn baas hetzelfde verhaal. Over hoe hij in de jaren '50 een populaire weerman was geweest. En dat hij iedere Sinterklaasavond zijn berichten op rijm voorlas. Bloed, zweet en tranen had hij in zijn werk gestoken. Adrie had zich in die tijd een heuse televisiester gewaand.
De tragiek wil, echter, dat al die jaren slechts zijn rechterarm in beeld was geweest. De werkelijke roem bleef uit. Slechts één keer was Adrie de aanstichter van een kleine mediarel geweest en had ook zijn hoofd de actualiteiten gehaald. Het gebeurde op een dag in 1957 – de dag waarop Laika, de eerste hond in de ruimte, door de Sovjets in een baan om de aarde werd gebracht.
Adrie had zich het lot van het dier erg aangetrokken en in zijn weerpraatje medegedeeld: “Bij een sterke noordwester wind zullen wij om de 102 minuten het gejank van kleine Laika, hulpeloos zwevend tussen de sterren, in het hemelruim horen weerklinken.”
Dat werd hem niet in dank afgenomen. Weermannen dienden over het weer te praten, een koetje en kalfje hier en daar, maar zij spraken zéker niet over ethische kwesties. Adrie Mooiweer werd ontslagen en zijn leven was sindsdien, al met al, overwegend bewolkt en helemaal niet zo spectaculair. Wel probeerde hij er altijd het beste van te maken.


Maandag 24 September 2012 op 22:03  |   Twee reacties  |  
  |    |  

Notabele honden

“Ik ben helemaal kapot,” zei ik verdwaasd. Het was een doodgewone maandag, en wat een gezellige filmavond met mijn compagnon had moeten worden, was plots veranderd in een jankfestijn vol snot en gierende uithalen. De tragedie die zich die bewuste avond op mijn beeldscherm voltrok? 'Hachi: A Dog's Tale'. Of, zoals ik de film met de kennis van nu liever noem: 'Hachi: Een Spoor van Vernieling.'

Het verhaal gaat ongeveer zo: Hachi is een ultiem schattige hondenpup die om één of andere bizarre reden geadopteerd wordt door Richard Gere. Kan gebeuren. Hond en baas zijn al snel onafscheidelijk. Hachi loopt iedere dag kwispelend met Richie mee naar het station en wacht hem daar aan het einde van de werkdag ook weer op. Maar dan slaat het noodlot toe: Richard Gere krijgt een hartaanval op zijn werk en keert niet meer terug met de trein. De trouwe Hachi blijft vervolgens tien jaar lang terugkomen naar het desbetreffende station om, in weer en wind, op de thuiskomst van zijn overleden baas te wachten.

Nu, jullie moeten begrijpen dat ik zelden huil om films. Tijdens het kijken van de Titanic dacht ik voornamelijk dingen als: “Hé, die kapitein lijkt best wel op Kapitein Iglo”. En: “Ja hallo Rose, Jack past best óók op dat ijsschotsje, stomme trut.”

Soms maakte ik me wel eens zorgen om mijn eigen – ogenschijnlijke – harteloosheid. Gelukkig weet ik nu dat er maar één zielige hond nodig is om mij volledig los te maken.

Het verdriet om Hachi werkte verslavend. Toen de aftiteling eenmaal voorbij was, kon ik het niet laten meteen óók de Japanse trailer van de film te bekijken. Weer traantjes. Vervolgens vielen mijn soppende ogen op een You Tube-filmpje met de titel: ¨Hachi: Saddest Scene!” Ware zelfkastijding. Als klap op de vuurpijl bleek er op Wikipedia ook nog zoiets te bestaan als een 'Lijst van Notabele Honden', met daarin de subcategorie 'Trouwe Honden'. Nog meer honden zoals Hachi; nog meer materiaal om van te janken. 

Mij kan je opdweilen. Daarom, voor eens er voor altijd: sommige honden zijn engeltjes. Wees zuinig op uw trouwste vriend, baasjes aller landen.

---

Slenteraar (1988) is schrijfster, sandwich artist en freelance kluns. Zij groeide op in een hondenmand te Overijssel.


Vrijdag 21 September 2012 op 19:44  |   Geen reacties  |  
  |    |  

Een klein manifest

Hoewel ik mij eigenlijk had voorgenomen iets luchtigs te schrijven over Sterren Springen of puppy's, is er nu toch een kwestie die mij dusdanig tegen beide borsten stuit dat ik besloten heb mijn plannen te wijzigen: het is de hoogste tijd voor een klein manifest tegen de hebzucht.

Why so serious? Welnu, vandaag zat ik, zoals iedere andere dag, de krant te lezen. Tot mijn grote irritatie was er een speciale bijlage toegevoegd met de titel 'Carrière'. Een vies woord, wat mij betreft. Alsof je loopbaan een wedstrijd is en iedereen per definitie de ambitie en de kansen heeft om op de top (of een dure, witte designerbank) terecht te komen.

Geef dat katern nou gewoon de titel 'Werk' en maak ook eens een reportage over een dakdekker, denk ik dan.

Afijn, het werd nog erger. Mijn koffiefilters waren op en ik was genoodzaakt koffie te zetten met een zelfgebouwde filter van wc-papier toen ik in de rubriek 'Verdienen' het volgende las: “Ik kan goed rondkomen, maar ik hou niet veel over iedere maand. Na aftrek van alles vaste lasten heb ik ongeveer 1100 euro over om vrij te besteden,” vertelt een 30-jarige, alleenstaande man uit Amsterdam. “Ik verwacht dat mijn inkomen wel omhoog gaat de komende jaren. Ik wil niet eindeloos op dit niveau blijven.”

Als mijn oren daadwerkelijk konden klapperen was ik op dat moment welzeker opgestegen en het raam uitgevlogen als Dombo het olifantje. Niet veel over? En die elfhonderd euro dan?

Ik kon het niet helpen me voor te stellen hoe deze man, na het volladen van zijn boodschappenkar, zelfs de dakloze bij zijn supermarkt zonder pardon zou zeggen: “Sorry vriend, ik heb het ook niet zo breed, ik heb maar elfhonderd euro vrij te besteden.” En het dan zelf ook echt zou geloven.

“Dit is het,” dacht ik. “Dit is preciés wat er mis is.” Teveel mensen die zich totaal niet beseffen hoeveel ze al hebben, daardoor steeds maar méér willen en het bovendien – om een of andere bizarre reden – volkomen rechtmatig en redelijk vinden dat ze een buitenproportioneel deel van alle rijkdom bezitten. En ondertussen probeert het minder bedeelde volk zich te voeden met, zoals Trotski het ooit mooi stelde, de kruimels van een ondergaande maatschappij.

Zeg nou zelf:

Dit is wat er mis is. Of we het nog terug kunnen draaien weet ik niet. Wat ik wel weet: rijkdom is niet vanzelfsprekend en al helemaal geen recht. Tel uit je geluk, en niet alleen je winst. Misschien is het zo wel mooi genoeg.


Woensdag 05 September 2012 op 23:38  |   Acht reacties  |  
  |    |