Ik ging met het vliegtuig

heftig verhaal

In mijn leven heb ik drie keer met het vliegtuig gereisd. Al die keren zweette ik als een otter, pakte ik met mijn vieze plakhandjes mijn reisgenoot vast en mompelde ik voortdurend met een schorre stem dingen als: “Mensen horen ook helemaal niet in de lucht.” En, tijdens wat achteraf de landing bleek te zijn: “Het lijkt wel of we naar beneden gaan. Serieus, we gaan heel hard naar beneden. Het hele ding hangt schuin naar beneden!”

Op de kadetjes met kaas na vind ik het gedeelte op de luchthaven ook al niet echt leuk. Het personeel is er helemaal niet vriendelijk. Waarschijnlijk mogen ze dat ook niet; ze moeten immers mogelijke schurken angst inboezemen. Mij maken ze in elk geval dermate nerveus dat ik sowieso overkom als een bolletjesslikker dan wel illegale diersoort.

De laatste keer, op luchthaven Praag Ruzyne, werd ik dan ook tot in den treure gefouilleerd door een achterdochtige Tsjechische dame. “Take off shoes!” bulderde ze. Ik deed wat me opgedragen werd en probeerde heel erg om geen klunzige dingen te doen. Enkel bij het uittrekken van mijn rechterschoen viel ik bijna om.

De strenge dame keek naar mijn sokken. Grijs met roze hartjes. Beetje smoezelig, wel. Even zag ik haar twijfelen, maar toch haalde ze mijn stappers door de scan. Toen ze de schoenen teruggaf meende ik kort een glimlach op haar gezicht te ontwaren - die ze vervolgens weer snel verruilde voor een uitdrukking a la The Terminator.

Eenmaal aangekomen bij de gate begonnen de passagiers zich op een soortgelijke stoïcijnse wijze te gedragen. Immers: iederéén wil als eerste aan boord, want iederéén wil een plek bij een raampje.

Nu schijnt er zoiets te bestaan als priority boarding: voor een beetje extra geld word jij, luxepaardje, als eerste vrijgelaten uit de gate. Zo kon het gebeuren dat, daar in het mooie Praag, een hele kudde passagiers toekeek hoe één droeftoeter met zelfvoldane tred als eerste richting het moederschip rende. Ikzelf was er volledig van overtuigd dat de beste meneer in het voorbijgaan ook nog het vliegtuig aan zou tikken en 'BUUT VRIJ!!' zou roepen.

Afijn, het gaat snel, dat vliegen. Twee keer zat ik bij het raampje. De wolken zijn best wel mooi, het zonnetje is ook niet mis. Ik denk dat ik er best een vierde keer een partijtje voor wil zweten – zónder priority, want winnen doe ik toch wel. Van mezelf en van mijn eeuwige doemscenario's. Da's pas flyin' high.


Dinsdag 24 April 2012 op 23:09  |   Vier reacties  |  
  |    |  

Meesters van het strand

een sociaal experiment

Deze week kreeg ik een mailtje van jongerenreisorganisatie Beachmasters. Jaren geleden ben ik eens met ze op vakantie geweest – sindsdien laten ze me niet met rust. Nog altijd is die bewuste vakantie één van de dapperste en meest onverklaarbare dingen die ik in mijn hele leven ondernomen heb. Ik praat er zelden over.

Ook destijds werd ik namelijk niet bijzonder gelukkig van de taferelen die je op de Beachmasters-reclamespotjes ziet: schurende jongens en meisjes, breed glimlachende barmannen die neonkleurige shotjes uitdelen en hysterische reisleiders die in de camera schreeuwen dat je “nooit meer naar huis wil!!”

En toch ging ik, negentien jaar en onbezonnen, met de meesters van het strand naar Rimini. Samen met een vriendin. Een uit de hand gelopen grap, eigenlijk. Zo'n vakantie leek me wel een interessant sociaal experiment. Tegelijkertijd was het een goedkope manier om in Italië te komen. Eenmaal op onze plek zouden we vast niet écht te maken krijgen met maniakale reisleiders en hitsige leeftijdsgenoten.

Dat liep anders. Het begon al in de bus: urenlang werd er harde, wanstaltige feestmuziek gedraaid. Op den duur raakte ik ervan overtuigd dat er wel zeker bloed uit mijn oren moest stromen. Voorin de bus bevond zich een aapachtige leidersfiguur die om de zoveel tijd iedereen opriep om mee te schreeuwen, maar verder vooral veel tijd besteedde aan het betasten van zijn eigen kruis. De reis duurde ruim 24 uur.

Eenmaal op de plaats van bestemming werd het leven iets beter. We vielen al snel buiten de groep en konden de dingen daardoor prima vanaf de zijlijn observeren. Nu mijn analytisch vermogen tot volle wasdom is gekomen en ik zonder al teveel emoties op het gebeurde kan terugkijken, zou ik willen stellen dat er vier types Beachmaster-tieners zijn:

  1. De losgeslagen Hollander. Gaat naar een exotisch oord om precies hetzelfde te doen als wat hij thuis doet: zuipen, schreeuwen, frikadellen eten in Nederlandse kroegen, meisjes scoren en slapen. Maar dan met alles met mooi weer.

  2. De Eenling. Heeft op de televisie gezien dat op een jongerenvakantie iedereen elkaars vriend is. Snakt ernaar om óók zijn armen om twee kameraden heen te slaan, zijn biertje op te heffen en in de camera te schreeuwen dat hij nooit meer naar huis wil. (Valt op de vakantiebestemming echter net zo hard buiten de boot als thuis het geval is en zit vervolgens de hele vakantie alleen voor zijn tentje. Keert huiswaarts met derdegraads brandwonden omdat niemand hem insmeerde of waarschuwde toen hij in de zon in slaap viel.)

  3. Meisjes Die Smachten Naar Liefde. Die vallen dus standaard ten prooi aan de schorre, studentikoze reisleider. Naar hun vriendin, eveneens gretig zoekende, kijken ze niet meer om. Roddels en bitchfights verblijden de camping.

  4. Sceptici. Kijken toe en verliezen langzaam maar zeker hun vertrouwen in de mensheid.

Welnu, ieder jaar weet Beachmasters me weer te vinden. En ieder jaar word ik opnieuw herinnerd aan de mini-tragedies die zich tijdens die vreemde vakantie voltrokken. "Een Beachmaster ben je niet voor één vakantie – een Beachmaster ben je voor het leven,” lijken de mailtjes te willen zeggen. 

Ik zou ze bijna geloven. Maar godzijdank: ik wilde wél naar huis.


Woensdag 11 April 2012 op 19:14  |   Drie reacties  |  
  |    |