Het is dus waar, wat ze zeggen

Vooralsnog heb ik in mijn eigen leven maar weinig van de economische crisis gemerkt. Misschien komt dat omdat ik nog nooit veel geld heb gehad, sowieso moest werken en lenen om te kunnen studeren en al best tevreden ben als ik maar een dak zonder al te veel gaten boven m'n hoofd heb.

Ik vind bruine bonen oprecht lekker. En ik heb nooit de illusie gehad dat het makkelijk zou worden om een baan te vinden die aansluit bij wat ik het liefst doe: schrijven en maniakaal lachen.

Nu begrijp ik dat dat allemaal niets zegt over de werkelijke ernst van de situatie – hooguit over mijn onvermogen om me concreet iets voor te stellen bij 'de kwakkelende economie' of 'schommelende markten'; het abstracte monster dat ons zo boven het hoofd is gaan groeien. Pas deze week kwamen de gevolgen van de crisis een beetje bij me aan, gewoon in het dagelijks leven.

Ik maakte een avondwandeling door het centrum van de stad. De laatste dagen was het heel mooi lenteweer geweest, maar die avond waaide het hard. In de verte rammelde, spookachtig, een vlaggenstok. Op de helft van mijn wandeling kwam ik een zwerver tegen. Een jongen, niet eens zoveel ouder dan ikzelf.

“Mag ik je een mop vertellen tegen een kleine vergoeding, omdat ik op straat leef?” Ik had geen geld bij me en zei zo vriendelijk mogelijk nee, maar de tragiek van de situatie raakte me. Geld verdienen door mensen aan het lachen te maken, terwijl er voor jezelf nog maar bar weinig is om vrolijk over te zijn. Ik wist niet of ik het moest bewonderen of betreuren.

Om bij mijn huis te komen wandelde ik door een ietwat louche zijstraat. Je vindt er een mengelmoes van kleine ondernemers, obscure platenzaken en coffeeshops. Nu alles gesloten was en er weinig volk liep, viel het me pas op: vrijwel alle winkels hadden een papier achter hun ruiten geplakt met daarop de woorden “TE HUUR” of “FAILLISEMENTVERKOOP”.

Zelfs de grote fietsenzaak op de hoek. Het personeel was de laatste tijd ook wel heel vaak koffie aan het drinken op de stoep. De laatste keer dat ik mijn fietsband op kwam pompen schoten ze me met z'n tweeën te hulp. En nu waren ze werkloos.

“Het is dus waar, wat ze zeggen” dacht ik. Ik werd er een beetje sip van. Nu maar hopen dat de problemen, in the end, een heilzame werking hebben. En ondertussen? Keihard bidden voor die bruine bonen, mensen.


Vrijdag 30 Maart 2012 op 13:33  |   Twee reacties  |  
  |    |