kat met een vlinderstrik

Iedere keer als ik bij mijn voordeur sta, en dat is vrij frequent, breekt mijn hart bij het zien van de kat van mijn benedenburen. Het is een pluizige, dikke kat. Hij past maar net op de vensterbank en drukt meestal vol verlangen zijn snuit tegen het raam. Zijn ogen staan dof, ongelukkig en een beetje scheel.

Soms zie ik zijn bekje panisch open en dicht gaan: 'Ik wil eruit!' lijkt hij te schreeuwen. Om zijn nek draagt hij een grote vlinderstrik met witte stippen. 'Ik wil geen strik - ik ben een kat, geen fokking clowntje!'

Het raam zit altijd dicht, maar ik versta de kat maar al te goed.

Nu zijn er eigenlijk maar een paar dingen in het leven die me echt woest maken. Ik denk bijvoorbeeld aan mandarijnen die openbarsten en lekken terwijl ik ze probeer te pellen. Religieus fanatisme, ook wel. Het geluid van stofzuigers. Lage salarissen voor de mensen die het hardst werken. Een gat in mijn sok op de plaats waar mijn grote teen zit.

Maar het meest boos maak ik me misschien nog wel om verwaarloosde of van hun waardigheid beroofde dieren. Met als belangrijkste subcategorie: dieren die kleren aan moeten, alleen omdat hun baasjes dat leuk vinden. De Kat van de Benedenburen is zowel verwaarloosd als aangekleed - daarmee is hij, in mijn optiek, nog zieliger dan een platgereden dier op de snelweg.

Veelplegers die stelselmatig dieren in pakjes hijsen zijn gemakkelijk te traceren. Op hondenfora bestaan tientallen topics met titels als: 'Je hond in kleren'. Daarin plaatsen de beulen massaal foto's van - jawel - hun hond in kleren. 'Delano vindt het fantastisch, dat mutsje', schrijven ze erbij. Ondertussen kijkt Delano in de camera alsof hij duizend doden sterft of, erger, zojuist te horen heeft gekregen dat Cesar Millan voorgoed zijn packleader zal zijn.

Ik zie hier een mooie taak weggelegd voor de Animal Cops van Geert Wilders. Als dat grapje ons toch miljoenen gaat kosten, wil ik potverdorie ook dat er een speciaal departement komt voor Dieren in Kleren. Ik zal ze als eerste bellen en bevlogen spreken: 'De kat van mijn benedenburen draagt een vlinderstrik, Ennemolkops to the rescue!'

Wanneer ze komen, met hun helmen en gummiknuppels, zal ik me misschien wat gemakkelijker over al het andere onrechtvaardige heen kunnen zetten.


Maandag 31 Oktober 2011 op 15:47  |   Vijf reacties  |  
  |    |  

subtropisch zwemparadijs

Komend weekend ga ik spartelen als een paling in het subtropisch zwemparadijs te Assen. Stiekem zit ik daar het liefst de hele dag in een kruidenbad met een frikadel speciaal in de hand, maar ik ben dit keer ook van plan om wat baantjes te trekken.

De laatste keer dat ik daartoe een poging deed, echter, veranderde het bad waarin ik mij bevond plots in een golfslagbad, en dat was al met al lichtelijk traumatisch. Ik vraag me dan ook sterk af waarom het woord 'golfslagbad' bij velen tot groot enthousiasme leidt - ik vond het niet héél leuk om me vast te houden aan een touw terwijl er alarmbellen klonken en er om de paar seconden drie kuub chloorwater in mijn gezicht gesmeten werd.

Ik kan zelfs wel stellen dat de angst die ik op dat moment voelde zo hevig was dat het me deed denken aan zwemles op de basisschool. Die tijd begon voor mij slecht. Ik weet nog goed dat ik als startend zwemmer een keer - of het moedwillig was weet ik niet meer -  in een meer gevorderde zwemgroep was beland. Hevig spartelend werd ik uit het water getild, zodat de badmeester een achterdochtige blik op mijn badpak kon werpen. Op mijn pak was maar één plaatje genaaid, wat betekende dat ik in me in de zwem-hiërarchie nog onder de larven bevond. Zonder enige genade werd ik teruggeworpen in het verdacht warme pisbad waarin de andere, veelal huilende, kleuters naar lucht aan het happen waren.

In een later stadium was het niet ongebruikelijk dat de badmeester tegen de dunne kinderen dingen bulderde als: 'MEER SPEK EET'N! - anderzijds kregen de forsere exemplaren nog wel eens te horen dat ze 'als een zak aardappelen' het water indoken.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over De Haak. Dat was zogenaamd een hulpmiddel om kinderen in nood boven water te houden, maar persoonlijk stierf ik liever wekelijks een waardige zeemansdood dan dat er aan mijn nek en middel gesjord werd met dat koude, metalen martelwerktuig. Als tussenweg - zowel de haak als de dood spraken me niet ontzettend aan - koos ik ervoor maar gewoon te zwemmen als een malle. Men zegt wel eens dat angst een goede motivator is. Nu pas besef ik me dat De Haak de enige reden is dat ik al mijn zwemdiploma's in één keer heb gehaald.

Terwijl ik daar in dat golfslagbad aan een touw bungelde verwachtte ik dus elk moment uit het water gehesen te worden door een boeman met een haak, die vervolgens boos naar de non-existente plaatjes op mijn badkleding zou wijzen. Dat gebeurde niet. Plots hielden de golven op en kon ik terug naar mijn kruidenbad. Ik zakte weg in de geur van eucalyptus en dacht aan dat fantastische moment waarop je dan eindelijk je zwemdiploma gehaald had. Van je moeder kreeg je een klef patatje met, dat je afgepeigerd en met gerimpelde chloorvingertjes opat - opeens was al het leed alweer vergeten.


Vrijdag 07 Oktober 2011 op 09:08  |   Drie reacties  |  
  |    |