oude mensen (2)

Enige tijd geleden stond ik te wachten bij een bushalte in Surhuisterveen, het gezelligste dorp van Friesland. Dat laatste weet ik omdat het dorp is afgebakend met grote borden waarop, enigszins dwingend, geschreven staat: 'Surhuisterveen, zo gezellig is er maar één!'

Ik neem dat graag aan, natuurlijk, maar omdat de bus laat was bedacht ik me dat het ook wel leuk zou zijn om eens de proef op de som te nemen en alle Friese dorpen te bezoeken en beoordelen. Ik zou dan de mate van gezelligheid meten aan de hand van een aantal hard-wetenschappelijke criteria: het aantal mensen dat me groet op een willekeurig landweggetje, de hoeveelheid bier die nodig is om vrienden voor het leven te maken in de plaatselijke kroeg en, tot slot, het percentage bejaarden dat tenminste vijftig jaar in het desbetreffende dorp gewoond heeft en nog steeds vrolijk is. Ik zag mezelf al op pad gaan met een notitieblok, een grafische rekenmachine en een meetlint. Ik zou een subsidie aanvragen bij Halbe Zijlstra, want die houdt ook wel van gezelligheid.

Terwijl ik zo wat nadacht over mijn onderzoek, diende de kans om Surhuisterveen te beoordelen op het laatste criterium zich sneller aan dan verwacht: een oud mannetje met een rode plastic tas waggelde me voorzichtig voorbij. Hij stopte bij de paal met de bustijden en hield zich er vervolgens krampachtig aan vast.

Ik zei de man vriendelijk goedendag, want ik ben altijd aangedaan door oudere mensen met plastic tassen. Op mijn werk kom ik ze ook vaak tegen; ze kopen steevast een halfje bruin en nemen er zo nu en dan een klein stukje appeltaart bij. Ik zie dan voor me hoe ze helemaal alleen aan een kop koffie zitten en er toch maar iets feestelijks van proberen te maken. Vervolgens sta ik meer dan eens met een brok in mijn keel dat verdomde stukje appeltaart in te pakken.

Maar deze meneer was niet zielig, bleek al snel. Toen onze bus eindelijk naderde liet hij de paal als bij bliksemslag los en stapte midden op de straat. Aldaar zwaaide hij, tot mijn verbazing, met een OV-chipkaart. Moeizaam beklom de man de bus, richtte zich tot de chauffeur en zei: 'Nu moet je eens goed opletten!'

De chauffeur en ik keken ademloos toe hoe hij, onophoudelijk trillend, zijn kaart ophief. Toch slaagde hij er uiteindelijk in om het onding recht voor de kaartlezer te houden. Er klonk een bliepje - het meest triomfantelijke bliepje dat ik ooit hoorde.

'Joehoeee!' juichte de man. Ik werd er spontaan vrolijk van. Tien punten voor Surhuisterveen op de gezelligheidsschaal, besloot ik. Langzaam zigzagde de bus het dorp uit. Misschien, heel misschien, moest ik de borden maar gewoon geloven.


Zondag 14 Augustus 2011 op 13:11  |   Geen reacties  |  
  |    |