avondwandeling

Nonchalant leunt het meisje op haar fietsstuur. 'Ik ben niet trots op iederéén die ik heb geregeld, weet je.' Haar stem klinkt hees en vies, de jongen naast haar grijnst meewarig. Het is bijna tien uur. Ik ben bezig met mijn avondwandeling.

Eerder tijdens de wandeling werd ik ingehaald door een lelijk hondje met een halsband vol gekleurde, knipperende lampjes. In zijn bek bevond zich een dode, geplukte kip. Nep, bleek bij nadere inspectie. Het was een zelfverzekerd hondje - parmantig drentelde hij me voorbij, de kip als een soort trofee tussen zijn kaken geklemd. Een hond met een missie, zo leek het. Lange tijd liepen we dezelfde route. Het was al donker, maar het beestje was makkelijk te volgen. Ik hoefde alleen maar zijn dansende lichtjes in het vizier te houden.

Hondje en ik passeerden fietsen en grachten. Verdwaalde bierblikjes, kermende schommels. Voor een herenhuis stond een skelter vastgeketend aan een lantaarnpaal. Een prachtig blauw gevaarte, eigenlijk. En een hele goede investering, ook voor volwassenen - niet kapot te krijgen, en de banden gaan niet lek. Waarom ruilen mensen hun fietsen niet massaal in voor skelters? De rode wielen zouden het straatbeeld ongelooflijk opfleuren.

In de buurt van het stadscentrum raakte ik het hondje kwijt. Precies op de plek waar het meisje leunde, en de jongen meewarig grijnsde. Ze is heus niet trots op iederéén die ze heeft geregeld, weet ik nu. Maar wel op hem? Zou dat het zijn? Ik zal het nooit weten, en dat is het mooie. De perfecte avondwandeling is er eentje vol flarden. Flarden van dingen en mensen, dieren en verhalen - flarden van de stad.


Donderdag 14 April 2011 op 08:22  |   Vier reacties  |  
  |    |