sixpack-patsers en vette konijntjes

Rondslenteren doe ik vaak genoeg, evenals sjouwen met kratten vol brood of bier. Moeilijker vind ik het om me bezig te houden met andere, meer gestructureerde vormen van lichaamsbeweging - in de volksmond ook wel 'sport'. Het enige wat ik op dat gebied doe is sporadisch flink tekeer gaan bij 'Bewegen Op Muziek', dé Groninger studentensport. Dat klinkt alsof het voor kneusjes is, maar niets is minder waar. Een uur lang word je door een schreeuwende instructrice opgejut om een mensonterende hoeveelheid sit-ups, push-ups en primitieve danspasjes te doen - dit alles onder het genot van harde muziek en een stuk of 80 lotgenoten. De gemiddelde luie donder kan na afloop een week lang niet meer fatsoenlijk lopen.

Zoals jullie begrijpen was ik erg sceptisch toen ik voor het eerst ging 'bommen'. En angstig. Ik voelde me net een zwak, bang konijntje met babyvet -  iets wat in de sportschool-regionen ongetwijfeld zwaar bestraft zou worden. Bovendien droeg ik een slonzig sportpak dat de rest van de week stiekem gewoon als pyjama fungeerde. Ik kon mezelf onmogelijk serieus nemen.

Nerveus observeerde ik de grote, fel verlichte gymzaal. Vlakbij de instructrice bevonden zich al een paar heuse sportfanaten; ik herkende ze aan hun glimmende fietsbroeken en gemillimeterde haren. Van die mensen die wéll in het bezit zijn van buikspieren, en die tijdens zo'n afmat-sessie oprecht denken: 'Mmm, even lékker alle stress eruit sporten, heerlijk.' En niet: 'NOG EEN PUSH-UP EN IK GA DOOD, LIEVE HEER, STUUR ME EEN ZAK CHIPS EN IK GA IN VREDE!' Dat, mijn vrienden, is nou precies wat de sixpack-patsers van de vette konijntjes onderscheidt.

Hoe dan ook, plots dimden de lampen en kwamen er onverwachts nog tientallen meisjes uit allerlei hoeken en gaten de zaal binnenstromen - meisjes in alle soorten en maten. Godzijdank, daar zaten vast nog wel een paar mede-slapjanussen bij. Enkele momenten later bulderde er een opgefokte versie van Aqua's 'Barbie Girl' uit de speakers, en als bij toverslag begonnen alle aanwezigen te rennen. Het leek wel een horde op hol geslagen buffels, zoals in de Leeuwenkoning. Verward keek ik om me heen, maar er was helemaal geen gevaar. Geen boze dinosaurus, geen naderende trein. Geen leeuwenwelpje. Iedereen rende gewoon wat in het rond, maar wat was daar nou eigenlijk 't praktisch nut van? Hadden ze er zoveel voor over om ooit legitiem zo'n strak fietsbroekje te kunnen dragen? Alles voor een blokjesbuik, blokjesbenen, verdorie, een blokjeshóófd met gemillimeterde haren? Aarzelend voegde ik me in de kudde. In eerste instantie voelde ik me heel akelig, maar al snel drong de prachtige absurditeit van het hele gebeuren tot me door. Sindsdien verbrand ik tijdens zo'n uurtje bommen meer calorieën dan wie dan ook. Niet omdat ik goed ben in rennen en sit-ups, maar omdat ik het grootste gedeelte van de tijd krijsend van het lachen over de grond rol. Dat is pas goed voor de buikspieren, schijnt.


Maandag 31 Januari 2011 op 23:14  |   Twee reacties  |  
  |    |  

oude mensen

Ik ben regelmatig in de Openbare Bibliotheek te vinden. Daar studeer ik tussen stoffige cd's, blèrende kinderen en rochelende oudjes. Ik vind dat rustgevend. Soms komen alle brallende studenten me werkelijk de neus uit, en heb ik dringend behoefte andere mensen te zien. Nou, die andere mensen zitten dus met z'n allen in de Openbare. Oud en jong, hoog- en laagopgeleid, pokdalig en minder pokdalig - iedereen is er welkom. Deze bieb geeft me altijd het gevoel even terug te zijn in mijn geboortedorp; het is er muffig maar oh zo vredig. En er hangt een nuchtere sfeer. Ja, hier kon ik ongegeneerd zonder make-up en in een kapotte broek boven Das Kapital van Karl Marx gaan zitten zweten. Of de Viva. Het maakte niet uit.

Dit bleek te sentimenteel gedacht. Ook in de Openbare Bieb heerst een hiërarchie, zeker onder de ouderen. Daar kwam ik achter toen ik gisterochtend vijf minuten te vroeg was en me bij een groepje wachtende mensen, overwegend grijs en krakkemikkig, voegde. Een stukje verderop, bij de ingang van het fietsenpleintje, stond een jolige ouwe vent met een soort gettoblaster waaruit hard en blikkerig 'HEE-YO, CAPTAIN JACK!' schalde - juist, dat hitje uit de jaren '90 met die brullende neger en karig geklede vrouwsoldaten. Dat nummer is tien jaar na dato blijkbaar doorgedrongen in oude-mensen-kringen. Want het groepje wachtende ouderen vond het niet opmerkelijk dat er muziek over het pleintje schalde; sterker nog, het leek wel alsof ze in een soort kroeg-stemming geraakten.

Een oude dame liep breed grijnzend naar twee heren voorin de rij. Even was ik ervan overtuigd dat ze elkaar zouden groeten door hun vuisten tegen elkaar te boksen en 'jo brothahâ' te mompelen. Dat geschreeuw van Captain Jack op de achtergrond gaf me een akelig gevoel. Moesten zelfs oude mensen nu al tof doen? Konden ze niet gewoon ouderwets en muffig zijn? Alsjeblieft?

'Dame! Alles wel vandaag?' Godzijdank. Old people-talk. De tweede heer mompelde ook iets, maar hij werd vakkundig door de dame genegeerd. Sowieso bleek de eerste heer nogal prominent in het gezelschap; het alfamannetje, zo u wilt. 'Open de poorten!' blafte hij, terwijl hij zijn wandelstok dapper probeerde op te heffen. En inderdaad, langzaam gingen de deuren van de bieb open. 'Niet weer zo met die draaideuren zwiepen, Henk.' Gedwee en tergend langzaam volgde de groep hun pack-leader. Ik kwam als laatste, en probeerde zo min mogelijk met de draaideuren te zwiepen. Captain Jack hield eindelijk zijn mond, maar het deuntje zat potverdorie de hele dag in mijn hoofd. Studeren in de Openbare zal nooit meer hetzelfde zijn.


Woensdag 12 Januari 2011 op 09:18  |   Twee reacties  |  
  |    |  

poème, I.

Ik wil buschauffeur worden
want in die beroepsgroep groet men elkaar
zo leuk wanneer twee bussen elkaar passeren;
beide bestuurders steken beheerst doch hartelijk
een hand op, zoals alleen buschauffeurs dat kunnen -
en Sinterklaas misschien,
maar daar is er maar één van.


Vrijdag 07 Januari 2011 op 18:06  |   Geen reacties  |  
  |    |  

pretland, the dark side

Kort na de kerst was ik enkele dagen in Disneyland Parijs. Het hoe en waarom van dit uitstapje zal ik buiten beschouwing laten, simpelweg omdat ik zelf ook nog steeds niet zo goed begrijp hoe ik daar terecht kwam, of waarom. Als kind van bescheiden komaf had ik niet verwacht dat ik er ooit zou geraken, maar dat vond ik ook niet echt erg. Ik was er al tweeëntwintig jaar zeker van dat Avonturenpark Hellendoorn sowieso het mooiste pretpark ter aarde was.

En dat is het ook. Want Disneyland is helemaal geen park, mensen. Disneyland is werkelijk een compleet lánd, gekoloniseerd en met olijke, witte hand geregeerd door Mickey Mouse en zijn vriendjes. En die weten wel wat pret is. Overal waar je in Disneyland loopt klinken vredige liedjes door onzichtbare speakers, en meerdere malen per dag rijden er prachtige praalwagens met belangrijke bewindslieden door de straten - Aladin enzo.

Hoewel ik erg onder de indruk was van al het moois dat mij zo onverwachts ten deel viel, kon ik het niet laten me ook af en toe praktische dingen af te vragen als: 'Donders, wat zal die verlichting wel niet kosten?' en 'Zou er ergens een grote, rode knop zitten waarmee je alles tegelijk uit kan doen?' en 'Als ik die knop vind dan ga ik er echt wel op drukken, zal ik dan in een soort Disney-dungeon belanden en gemarteld worden door de lachende hyena's uit de Leeuwenkoning?'

De rode knop heb ik jammer genoeg nooit gevonden, maar gelukkig kan ik ook heel goed eindeloos over ogenschijnlijk minder spectaculaire dingen neuzelen - bijvoorbeeld het hotel waarin ik verbleef. Ik heb mijn halve jeugd kamperend doorgebracht, dus een hotel was iets nieuws voor me. En deze was nog luxe ook: elke ochtend en avond stond er een heerlijk lopend buffet voor de gasten klaar.

(Ik moet trouwens altijd een beetje grinniken om die term, 'lopend buffet'. Alsof het eten zélf telkens wegloopt, precies op het moment dat je wilt opscheppen. Dit bleek niet het geval te zijn; een hele teleurstelling, natuurlijk.)

Afijn, het meest verbazingwekkende aan het hotel was toch echt de naam van de eetzaal: 'The Plantation', oftewel 'de Plantage', prijkte er op de gevel. Opeens viel het wel heel erg op dat er voornamelijk donkere mensen met onze vieze borden heen en weer aan het rennen waren. In rode pofbroeken nog wel, heel Disney-like, maar plots ook héél ongepast. Het hotel had dan misschien als thema 'ontdekkingsreizen', maar het subthema 'slavernij' hadden ze wellicht iets subtieler kunnen uitbeelden. Of was dit bittere ernst, en had ik zojuist the dark side van pretland ontdekt? Verbaasd at ik mijn croissantje en dronk ik mijn koffie. Vreemd bijsmaakje, zeg.


Donderdag 06 Januari 2011 op 14:40  |   Eén reactie  |  
  |    |