horses

De Wibra is te gek. Ik kom er regelmatig om afgeprijsde schoonmaakmiddelen, douchegels en portretten van katten met strikjes te kopen. Mijn liefde voor de Wibra gaat zelfs zo ver dat ik gistermiddag ruim voor openingstijd al voor de deur stond. Ik werkte de medewerkers duidelijk op hun zenuwen door alvast gretig naar binnen te gluren en gefascineerd toe te kijken terwijl ze die prachtige rode vlaggen aan de gevel hingen, maar ik kon het niet helpen. Ik had een missie.

Tijdens de Sinterklaasgekte was ik namelijk óók in de Wibra, want ik moest teleurstellende cadeautjes kopen voor ons jaarlijkse dobbelspel. Toen kwam ik iets fenomenaals tegen op de speelgoedafdeling, maar jammer genoeg was juist deze vondst niét bepaald laaggeprijsd. 'Horses', stond er op het kartonnetje; zes plastic paarden, op zeer bijzondere wijze verpakt. Ik moest er hard om lachen, maar met pijn in mijn hart besloot ik het artikel in kwestie toch maar niet aan te schaffen. De dagen erna, echter, kon ik aan niets anders denken dan die paarden.

Dus gistermiddag ging ik terug. Eenmaal binnen liep ik zenuwachtig naar het speelgoedschap, biddend dat het artikel er nog zou zijn. En ja hoor, daar lagen ze. Mijn horses. Ik vond ze nog altijd te duur om voor de grap aan te schaffen, maar dit keer was ik voorbereid: Ik had mijn fototoestel meegenomen.

Het voelde toch wat ongemakkelijk, midden in de Wibra foto's maken van ogenschijnlijk willekeurige producten. Ik gedroeg me blijkbaar ook erg verdacht, want de medewerkers hielden me nauwlettend in de gaten. Het is zeer waarschijnlijk dat ik nu bovenaan op de zwarte lijst van de Wibra-corporatie sta, maar soms moet je nu eenmaal offers brengen voor je kunst. Ik noem mijn werkje: "Onzedelijk Verpakte Paarden, no 1." Enjoy.

 


Dinsdag 14 December 2010 op 13:33  |   Zeven reacties  |  
  |    |  

de zwerver op de brug

Ik wil iets goeds doen. Nee, echt. Lange tijd heb ik nagedacht over manieren waarop ik mijn arme, hulpbehoevende medemens zou kunnen helpen. Op de basisschool heb ik eens een mooie, goudkleurige doos vol speelgoed naar de arme kindjes in Afrika gestuurd. Dat wilde ik nog wel een keer doen, maar ik wist niet zo goed hoe ik dat in mijn eentje moest aanpakken. Zomaar een doos met daarop 'Voor Afrika' op het postkantoor dumpen was ook weer zo wat.

Daarom heb ik iets anders bedacht. Het idee kwam tot mij op een zaterdagavond, na een rotdag op mijn werk. Ik was moe en kraamde zelfs naar mijn mening teveel onzin uit. Een meisje zei: 'Goh, wat zijn jullie stokbroden lang!', waarop ik antwoordde: 'Ja he? Daar verbaas ik me ook altijd over.' Vervolgens staarde ik twintig seconden lang laveloos naar het stokbrood, dat eigenlijk helemaal niet zo lang was, en ik had me al helemaal nooit verbáásd over zijn al dan niet abnormale lengte. Enfin, zo'n dag was het dus. Om mezelf te troosten stopte ik tegen sluitingstijd zoveel mogelijk overgebleven luxe broodjes in mijn tas; die zouden anders toch maar in de vuilnisbak verdwijnen.

Die avond fietste ik haastig naar het station, nog altijd met een tas vol brood zonder echte bestemming. En opeens was hij daar, in volle glorie; de zwerver op de brug. Ik twijfelde geen moment en trapte abrupt op de rem. Dat was niet nodig geweest, want de beste man was zo verheugd dat ik voor hem ging stoppen dat hij alvast enthousiast mijn stuur vastgreep. Ongeveer even enthousiast trok ik de grootste zak broodjes uit mijn tas.  

'Hoi, ik werk bij de bakker, en er was vandaag heel veel over, en u heeft vast wel zin in broodjes!' piepte ik. De man leek me niet te begrijpen, maar pakte de buit hard lachend en knikkend aan. Snel verstopte hij de zak tussen zijn andere bezittingen - voornamelijk plastic tassen en dekentjes met gaten.

Met een bitterzoet gevoel fietste ik verder. De zwerver had nu misschien duurdere broodjes dan menig respectabel burgerman, maar het zou een koude nacht worden. Ik en mijn empathisch vermogen kunnen slecht tegen dat soort dingen. Eenmaal in de trein bedacht ik me dat ik voortaan uit mijn werk maar een rondje door de stad moet fietsen om overgebleven lekkers uit te delen aan de zwervers. Het was het minste wat ik kon doen. Zoiets als de soepbus, maar dan op de fiets, en met brood. 'De broodfiets', zeg maar. 'Donders, wat een idee', mompelde ik - de coupé was toch zo goed als leeg. Smikkelend van een suikerbolletje zette ik mijn reis voort; het smaakte me nog nooit zo goed.

illustratie door Esther van den Berg

Woensdag 08 December 2010 op 18:45  |   Negen reacties  |  
  |    |