een broodje ba-broodje, graag

Hoewel ik al ruim vier jaar tamelijk succesvol op mezelf woon, is er één beginnersfout die ik nog altijd regelmatig maak: hongerig als een ondervoed nijlpaard een supermarkt binnen wandelen, met als gevolg dat ik álles wil kopen en verslinden.

Zo ook afgelopen week. Gammel liep ik door de winkel, vastberaden om me dit keer te houden aan mijn missie; het aanschaffen van een broodje falafel vermomd als een broodje bapao. Niets meer, niets minder. Een moeilijke opdracht, want het broodje in kwestie ziet er werkelijk precies hetzelfde uit als een klassieke bapao. Het enige verschil zit 'm in de vulling - ik verlangde naar een exemplaar gevuld met falafel, terwijl de gewone supermarkt-bapao meestal volgepropt is met een meer traditioneel mengsel van, laten we zeggen, restafval en hersenen.

Kwijlend kroop ik langs de onderste regionen van de winkelschappen, waar zich doorgaans de B-merken en obscuriteiten bevinden. Deels uit gewoonte, deels omdat ik het vermoeden had dat semi-vermomde broodjes waarschijnlijk niet op de prominente, middelste planken te vinden zouden zijn.

Mijn logica bleek feilloos; al snel vond ik het stiekeme broodje falafel, zo'n twee millimeter boven vloerniveau en naast een aftands do-it-yourself hotdog-pakket. Om het prijskaartje te kunnen lezen moest ik plat op mijn buik voor het schap gaan liggen: tachtig hele eurocenten. Vooruit, daar kon ik wel mee leven.

Tevreden rekende ik het broodje af en rende huiswaarts, de aanwinst als een soort rugbybal tegen mijn lichaam geklemd. Je weet maar nooit, met al die hebberige duiven die de straten van mijn stad onveilig maken. Bij thuiskomst slamdunkte ik het broodje in de magnetron en stelde deze in op 40 seconden. Om het wachten draaglijker te maken besloot ik in de tussentijd 'bapao' in te typen op Wikipedia.

Wisten jullie dat pao het Chinese woord is voor 'broodje', en de Nederlandse term 'broodje bapao' dus eigenlijk zoiets betekent als 'broodje ba-broodje'? Bij deze. Mijn broodje falafel die vermomd was als een broodje ba-broodje smaakte overigens heerlijk - klef, chemisch en als een baksteen op de maag. Nom nom nom!


Woensdag 24 November 2010 op 22:47  |   Eén reactie  |  
  |    |  

koffiepauze

Ik moet weer iets bekennen. Tijdens mijn buitenproportionele koffiepauzes kijk ik wel eens naar daytime-tv. Vooral het weeïge 'Hello Goodbye' van de NCRV weet mij op onproductieve studiedagen enorm te ontroeren. Ik zal eerst even uitleggen wat het idee van het programma is: Een sympathieke presentator staat op Schiphol en spreekt daar wachtende mensen aan in de hoop dat ze een ellendig, tranentrekkend verhaal te vertellen hebben. Gebroken families, verre liefdes, een cavia die dood terugkomt van een ingrijpende operatie in Turkije - dat soort dingen.

Ik moet er stiekem wel eens om huilen. Niet eens altijd om de verhalen op zich; het is meer het programma-format dat me raakt. Vaak willen die arme mensen helemaal niet over hun ellende praten, maar is de presentator toch vastberaden hun pas geheelde wonden even lekker open te raggen. Zo laat hij aflevering na aflevering een spoor van vernieling achter op Schiphol. 'Vertel het maar, jij hebt vast wel iets héél naars meegemaakt', lijkt hij met zijn glimlach te willen zeggen. Een paar goed gemikte, 'onschuldige' vragen later staat zijn slachtoffer geheid te janken, en dat ziet er toch wel extra tragisch uit als je een spandoek en een boeket vasthoudt. Missie geslaagd.

Maar laatst was het anders. Onze allesvernietigende presentator benaderde een dikke man met een baard en een knuffelbeertje. De man hield het beertje stevig vast. Te stevig. Waarschijnlijk hoopten de programmamakers dat hij aan het wachten was op zijn verloren gewaande of ongeneeslijk zieke zoontje. Iets in die richting. Gretig vroeg de presentator aan de man wie hij verwachtte.

'Een jongen uit Colombia', was het antwoord, gevolgd door een zenuwachtig lachje. 'En hoe kennen jullie elkaar?' hijgde de presentator. 'Nou.. we kennen elkaar van een internetforum. Eentje voor homo's met een voorkeur voor harige mannen. Eigenlijk.'

Oorverdovende stilte.

'Op het forum noemen we die mannen bears - grote, harige beren. Ik ben een bear, zeg maar.' Ik bewonderde de eerlijkheid van grote beer. En hoe de presentator ook dramde en porde, het verhaal liep niet verdrietig af. Bij aankomst gaf Baardmans zijn exotische date het knuffelbeertje, en de twee mannen knuffelden en kusten elkaar op een lieflijke manier. Althans, ik had me een bear-ontmoeting ruiger voorgesteld. Met gegrom en onbeholpen geklop op elkaars rug. Een beetje zoals heteroseksuele mannen elkaar knuffelen, eigenlijk.

Hoe dan ook, ik was op dat moment vooral blij dat onze zedige presentator zich ongetwijfeld heel ongemakkelijk moet hebben gevoeld bij de situatie - het is en blijft de NCRV. Dat zal 'm leren. Voldaan sloeg ik mijn laatste beetje koffie achterover. Koud. Het was zo vies dat ik toch nog een klein beetje moest huilen. Gewoon omdat het kon.


Dinsdag 16 November 2010 op 08:44  |   Twee reacties  |  
  |    |  

zinnen die tegen het raam kloppen

Enige tijd geleden ben ik in aanraking gekomen met het werk van André Breton, de grote man achter het surrealisme. Ik raakte gefascineerd door zijn ideeën over het schrijverschap. Volgens André moet je als schrijver in een soort droomtoestand terecht zien te komen en jezelf vervolgens volledig overgeven aan de zinnen die spontaan in je gedachten opduiken - of zoals hij het zo mooi zegt: 'de zinnen die tegen het raam kloppen.'

Ik wil dat er zinnen tegen mijn raam kloppen. En ik heb lang gedacht dat de trein de perfecte plek was om die zogenaamde droomtoestand te bereiken. Het bleek echter allemaal niet zo makkelijk. De eerste zin die mijn vriend André al dromende hoorde, was: 'Er is een man in tweeën gesneden door het raam.' Kijk, dat is mooi. Ik, daarentegen, ben nog niet verder gekomen dan het poëtische: 'Koeien op de rails, dat moeten we niet hebben.' Dat was, vanzelfsprekend, op het traject Groningen - Leeuwarden.

Mijn tweede serieuze poging tot droom-formuleren ondernam ik tijdens een reis van Amersfoort naar Groningen. Mijn plan werd echter bruut verstoord door een meisje dat naast me zat en vastberaden was om treinvrienden te maken. Nadat ze me had verteld dat ze Geneeskunde studeerde, niét op kamers wilde en van 'Het Kleine Huis op de Prairie' hield, richtte ze haar gretige blik op een hond die schuin tegenover ons zat (op de grond, tussen de voeten van zijn slapende baasje. Niet alleen en op een stoel).

Opeens vroeg het meisje met een harde, schelle stem: 'Hé, hoe oud is die hond? Hoe oud is 'ie? Hoe oud is die ho-hond?' De hond keek schaapachtig onze kant op - best wel bijzonder - maar het baasje sliep onverstoorbaar door. 'Hoe oud is die hond? Hé? Mijn juf had vroeger ook een hond, die nam ze wel eens mee de klas in. Heel leuk was dat, hihi. MAAR HOE OUD IS DIE HOND DAN?'

Mijn god, dat waren nog eens zinnen. Luid en duidelijk. Ze klopten niet tegen de ramen - ze gingen door merg en been. Dit was vast niet wat André bedoelde, maar wat was het prachtig. Grijnzend nam ik een besluit: voortaan zit ik niet in mijn hoofd, maar luister ik naar het geschreeuw. Zelfs in de trein.


Donderdag 04 November 2010 op 09:14  |   Eén reactie  |  
  |    |