postbode

Mijn postbode is een beetje in de war. Zo heeft hij pas geleden in de hele straat telefoongidsen op de stoep gegooid in plaats van in de brievenbus. Nu zou mijn gids sowieso meteen weer bij het oud papier terecht zijn gekomen, maar het was ergens wel tragisch om al die dingen doorweekt op de grond te zien liggen.

Ik stelde me voor hoe die arme man, nat en koud door de herfstregen, al uren door de straten had gesjokt en er precies voor mijn voordeur simpelweg genoeg van had. In mijn verbeelding scheurde hij op dat moment manisch lachend zijn TNT-jas aan gort, om vervolgens vloekend en brullend die hopeloos achterhaalde gidsen op de grond te smijten. Ik begrijp dat heel goed.

Wat ik niet begrijp is wat de beste man dacht toen hij enkele dagen daarvoor iemands post in mijn fietstas stopte. Het is een zeer solide tas, dat wel, maar ik kan me nou ook weer niet voorstellen dat hij de tas met een brievenbus heeft verward. Bovendien was de post niet aan mij geadresseerd, maar aan iemand in een compleet andere straat.

Aardig als ik ben, besloot ik de TNT wat te helpen - ik zou vast wel een keer toevallig langs dat adres fietsen, en dan kon ik best even die envelop in de goede brievenbus gooien.

Inmiddels fiets ik dus al twee weken met iemands post rond.

Dat was te verwachten, want mijn fietstas is eigenlijk meer een soort laatste rustplaats voor willekeurige objecten; dat wat er in terecht komt, komt er zelden weer uit. De tas in kwestie is oud, vies en nat - daar kom ik met mijn tere handjes liever niet aan. Laatst heb ik er wel een verloren gewaand pak melk uit gevist, en dat was ook het moment waarop ik mijn mysterieuze post nog eens goed bekeek. Opeens zag ik op de envelop een Warchild-logo. Potverdorie, dat kon er ook nog wel bij. Post voor iemand met een goed hart.

Sindsdien voel ik me erg schuldig over het feit dat ik de verdwaalde envelop telkens vergeet te bezorgen, en ben ik ervan overtuigd dat dit zoiets is wat ik later bij de hemelpoorten te horen ga krijgen. Of erger: dat God dan opeens een postbode blijkt te zijn. Niks geen oubollige grote baard, nee, gewoon een blije man met een oranje TNT-pet. Dat is best plausibel, denk er maar eens over na: Hij stuurt ons zogenaamd altijd boodschappen (in de zin van: berichten. Dus niet bananen en wc-papier en dat soort dingen), maar die komen nooit aan - althans, ik ontvang ze niet. Bovendien was Jezus ook maar een bescheiden timmerman; een logisch beroep voor een postbode-zoon in een tijd waarin de sociale mobiliteit gering was. Want toen hadden ze ook nog geen stufi, schijnt.

Dit is mijn kans. Mijn kans om alles goed te maken. Mijn kans om het tegendeel te bewijzen aan alle kinderen die vroeger zeiden dat ik de dochter van Satan was, alleen maar omdat ik niet naar de kerk ging. Vandaag zal ik de verlepte Warchild-envelop bij de rechtmatige eigenaar bezorgen, en God zal van me houden.


Woensdag 27 Oktober 2010 op 11:20  |   Drie reacties  |  
  |    |  

hoi, met pipo

Ik haat bellen. Ik haat het zelfs zo erg dat Telfort me onlangs een telefoonrekening stuurde met daarop het volgende fenomenale bedrag: -1.20. Enkele dagen later was er inderdaad 1 euro en 20 cent op mijn bankrekening bijgeschreven. Nu schijnt het zo te zijn dat ik de maanden daarvoor teveel aan Telfort heb betaald, maar ik vind het leuker om te denken dat ze me gewoon geld toe geven omdat ik vrijwel nooit al mijn belminuten verbruik.

De belminuten die ik wél verbruik gaan overigens allemaal op aan gesprekken met mijn moeder, want met moeders kan je geen kort gesprek voeren. En zo hoort het. Je weet wel, dat je belt om te vragen hoe lang de boerenkool ook alweer moet koken, maar het gesprek op onverklaarbare wijze opeens over de stervende parkiet van de dochter van de hond van de buren gaat. Of over stapels vieze was, en of je nog wel kleren en voedsel hebt.

Deze gesprekken gaan me goed af. Zodra ik met minder bekende mensen moet bellen wordt het een ander verhaal, zeker als de persoon aan de andere kant van de lijn ook een telefoon-mongol is. Dat worden vaak grote zwijgfestijnen met als voornaamste probleem dat telkens als ik de stilte probeer te verbreken, de ander precies op datzelfde moment begint te praten. 'Hoe gaa-heb je no-oh sorry-nee zeg dan- nee jij zei eerst iets!' Dat kan zich dan eeuwig herhalen, net zolang totdat ik aangevallen word door een horde fictieve tijgerwelpjes en genoodzaakt ben op te hangen.

Omdat het me toch wat dwars zat dat mijn telefoonskills zo bedroevend laag waren, heb ik enkele jaren geleden iets heel moedigs gedaan: Ik ging werken bij een callcenter. Weer zo'n hoofdstuk uit mijn leven waarvan maar weinig mensen op de hoogte zijn, en terecht: Het was een callcenter die gespecialiseerd is in het lastigvallen van kapsalons. De godganse dag moest ik die arme mensen scharen en verfjes aansmeren, en ik was er heel slecht in.

Alleen al de verplichte begroeting 'Goedemorgen, Total Hair Service, u spreekt met Nicole!' was om te kotsen, hoewel het wel grappig was om af en toe wat af te wisselen met namen: 'Goedemorgen, Total Hair Service, u spreekt met Ahmed Aboutaleb!'.

Vreemd genoeg werd ik al na twee keer werken ontslagen, zogenaamd omdat er per ongeluk teveel nieuw personeel was aangenomen. Dat was één van de gelukkigste dagen uit mijn leven.

Afijn, inmiddels heb ik maar geaccepteerd dat mijn talent nu eenmaal niet bij het gesproken woord ligt. Soms vind ik het zelfs wel grappig mijn telefoongesprekken nog een graadje ongemakkelijker te maken. Zo heb ik een tijd lang mijn telefoon opgenomen met de naam van degene die me belde. Even een voorbeeldje. Stel, je wordt gebeld door Pipo de Clown. Dan neem je dus op met: 'Hoi, met Pipo'. Dat is precies wat Pipo zelf wilde zeggen, dus die kutclown raakt geheid in de war. Gestamel en nerveus gelach is meestal het gevolg, en bij tergende figuren als Clowntje Pipo geeft dat gewoon veel voldoening. Bovendien geeft het gestuntel van de ander jou meer zelfvertrouwen, en zal het gesprek vervolgens makkelijker verlopen dan normaal het geval was geweest. Dat klinkt gemeen, maar mensen zijn ook gemeen. Volgende keer misschien meer tips, ik fiets nu een drukke tunnel in, sorry. Daag.


Dinsdag 19 Oktober 2010 op 08:30  |   Eén reactie  |  
  |    |  

bakkersmeisje, episode II

Terug naar mijn werk in de bakkerij. In de zomervakanties bewaak ik ook op doordeweekse dagen het brood - dit om mijn collegegeld bij elkaar te sprokkelen en ervoor te zorgen dat ik later, als ik nog steeds maar 1 meter 62 groot ben, aan de ándere kant van de toonbank sta.

Deze zomerse werkdagen zijn eigenlijk heel leuk: Het is dan vaak lekker rustig, waardoor ik de kans krijg de godganse dag fascinerende gesprekken te voeren. Meestal gaan deze gesprekken over het weer, maar soms komt er plots een ander onderwerp aan bod. Tieten, bijvoorbeeld.

Dat komt omdat mijn baas, hopelijk in een moment van verstandsverbijstering, besloten heeft om één van zijn broden 'Panda DD' te noemen. Dan kan je als bakkersmeisje wel heel leuk gaan vertellen dat het een heerlijk meergranenbrood met kleine pitjes is, maar uiteindelijk komt het er toch op neer dat de klant in kwestie giechelend - met twee DD-broden tegen de borst geklemd - de winkel verlaat. Of erger: mopperend dat z'n broden 'eigenlijk helemaal niet zo groot zijn'.

Hoe dan ook, zelfs die gesprekken over dikke-tieten-brood kunnen niet tippen aan mijn Vreemdste Conversatie Allertijden. Op een uitgestorven middag kwam er een lange, ietwat slungelige jongen met een World of Warcraft-shirt de winkel binnen.

'Dat is vast een aardige, verlegen jongen', dacht ik. Twijfelachtig en zwijgend naderde hij de toonbank, onderwijl plukkend aan zijn vettige paardenstaart. Laten we de jongen voor het gemak Pjotr noemen. Gewoon omdat het kan.

Om Pjotr wat op zijn gemak te stellen, besloot ik hem alvast te groeten.

Ik: 'Goedemiddag!'

Pjotr: (zwijgt)

Ik: 'Kan ik je al helpen?'

Pjotr: (zwijgt)

Ik: 'We hebben eigenlijk teveel lekkere broodjes, he? Ik kan ook nooit kiezen.'

Pjotr: (zwijgt)

Ik: 'Gelukkig maar, anders zou ik hier hartstikke dik worden. Vadsig.'

Pjotr: (zwijgt)

Ik: 'Oke. Geef maar een gil als je eruit bent.'

Om de situatie wat minder pijnlijk te maken, ging ik maar even met wat schoonmaakdoekjes in de weer. Pjotr bleef onverstoorbaar naar de vitrines staren.

Toen ik eigenlijk al vergeten was dat hij er stond, schraapte hij zijn keel. Geschrokken keek ik op.

Pjotr (nasaal): 'Zijn je kadetjes een beetje stevig?'

Potverdorie, Pjotr. Die had ik niet zien aankomen.

Ik: 'Ehm.. Nou, ze zijn wel zacht. Mijn.. kadetjes. Zijn gewoon zachte kadetjes. Eh, bolletjes. Die daar.'

Voor de zekerheid wees ik maar even naar de broodjes in de vitrine.

Pjotr: 'Ja, maar stévig?'

Ik: 'Ja hoor. Vast wel.'

Niet geheel overtuigd kocht Pjotr zes kadetten. Ze waren vast niet stevig genoeg, want ik heb hem nooit meer terug gezien. Vaarwel, Pjotr. Alsof jouw kadetten zo indrukwekkend waren.


Vrijdag 08 Oktober 2010 op 14:04  |   Vier reacties  |  
  |    |  

over datum

Omdat iedereen het de laatste tijd alleen maar over Facebook en Twitter heeft, wil ik bij deze MSN eens in het zonnetje zetten. Want ik houd nog steeds van Instant Messaging, ondanks dat dit volgens velen allang niet meer cool is. Vreemd, want je valt op MSN tenminste niet de hele wereld lastig met je dialogen, en bovendien zijn sommige gesprekken ronduit inspirerend - met name nachtelijke en/of dronken sessies. Zo typte ik gisteren naar de man van mijn leven: 'Ik dronk laatst melk van zes dagen over datum. Niet gekotst!'

Het hoe en waarom van deze opmerking zal ik verder buiten beschouwing laten. Waarom de man in kwestie ondanks mijn oncharmante uitlatingen nog steeds gek op me is ook. Het gaat erom dat ik me toen opeens bedacht dat het leuk zou zijn om een stukje te schrijven over bedorven etenswaren. Nee, echt. En eigenlijk zeg ik dit nu verkeerd, want om precies te zijn doel ik hier op etenswaren waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum verstreken is. Dat zijn twee heel verschillende dingen. Veel mensen schijnen te denken dat een product bedorven is zodra ze één dag verder zijn dan de datum die op het pakje vermeld staat. Dit is fout.

Alsjeblieft, eet die vruchtenyoghurt van 2 oktober vanavond gewoon lekker op. Zolang er geen haar op groeit of er opeens een blauw-groenige discodip overheen gestrooid lijkt te zijn, is er niets mis mee. Mijn persoonlijke record is overigens het eten van grove mosterd die ruim een jaar over datum was. Nietsvermoedend gooide ik wat flinke klodders over mijn boerenkool - hartstikke lekker. Nu zou ik dit niet willen aanraden voor, laten we zeggen, brood of rauw vlees. Of melk. Die zes dagen zijn waarschijnlijk toch echt het maximum, en daar mag je ook best over opscheppen tegen je liefje. Het enige wat ik wil zeggen is dat we op dit gebied best iets meer op onze eigen intuïtie mogen vertrouwen. En dat MSN inmiddels vast alweer retro-cool is, en nog lang niet over datum. Fin.


Maandag 04 Oktober 2010 op 14:09  |   Twee reacties  |  
  |    |  

mijn geheim

Ik heb een geheim dat ik vandaag graag met de wereld zou willen delen. Jarenlang heb ik gedacht dat er iets heel erg mis met me was, en wel hierom: Ik ben bang voor theedoeken. Meer specifiek: Ik kan het niet uitstaan wanneer een theedoek langs iets, of zichzelf, heen schuurt. Als ik twee stukken theedoek tegen elkaar aan zou moeten wrijven zou ik waarschijnlijk moeten huilen als een baby. En kotsen, hard. Dit is iets wat ik in mijn leven maar met weinig mensen heb gedeeld. Want laten we eerlijk zijn: Er rust toch altijd nog een beetje een taboe op angst voor theedoeken. En terecht. Het is ook iets heel doms, en ik vind het volkomen begrijpelijk als jullie vanavond met fakkels en hooivorken voor mijn raam staan.

Toch is er wat extra informatie die ik met jullie wil delen. Informatie die mijn bekentenis wellicht een beetje zal relativeren. Om meer inzicht te krijgen in mijn aversie jegens theedoeken, heb ik onlangs namelijk wat onderzoek verricht naar dit soort niet-reële angsten en fobieën. Gelukkig, want al snel kwam ik tot de ontdekking dat er aan mij helemaal niks mankeert - althans, niet op dit gebied. Van een fobie is pas sprake wanneer ik meer dan twee uur per dag bang in een hoekje naar een theedoek zou staren, of anderszins meer dan twee uur per dag met theedoeken bezig zou zijn. Dit doe ik niet. Daarnaast kwam ik erachter dat angst voor theedoeken überhaupt zo gek nog niet is. Er bestaan nog ergere stumpers, en die hebben last van Anatidaephobia. Dat klinkt gaaf, en dat is maar goed ook. Want het leidt ons af van wat deze angst werkelijk inhoudt, namelijk: 'de constante angst om door een eend in de gaten te worden gehouden, waar je ook bent, en wat je ook doet.' De oorzaak van deze angst wordt doorgaans gezocht in de vroege kinderjaren. Eenden willen namelijk nog wel eens kinderen bijten -  juist, met die venijnige tandeloze snaveltjes van ze - of erger: naar ze flapperen.

Nu ik andere angstige mensen heb gevonden om belachelijk te maken, kan ik beter omgaan met mijn eigen probleem. Had ik dit maar geweten toen ik jong, ietwat te dik en beugeldragend was; mijn leven zou aanzienlijk makkelijker zijn geweest. Jammer genoeg heb ik het recht niet om expliciet heel hard te lachen om Anatidaephobia, maar er is toch iemand die het moet doen. Dus bij deze: ga jullie gang. Of is er iets wat jullie plots met de buitenwereld willen delen? Een gekke angst, misschien?


Vrijdag 01 Oktober 2010 op 09:52  |   Acht reacties  |  
  |    |